Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Geld verdienen op zondag
Donderdag 5 mei. Vatertag en Hemelvaartsdag in één. Het is gewoon een donderdag en toch voelt het vanaf het opstaan al als zondag. Vreemd is dat toch. Komt ook door de twee groepjes wielrenners die ik de heuvel in de richting van Feuerscheid op zag rijden en de hoeveelheid motorrijders, waarvan minstens de helft met gele kentekenborden. Ik heb mezelf aangeleerd op zondag geen lawaai te maken, ik pas me aan. Iedereen hier gaat vandaag naar het kerkhof, plantjes zetten, de boel een beetje opruimen. Iedereen is katholiek. Het is vandaag een feest- en zondag, dan ga je niet met de kettingzaag het bos in. Gisteren vroeg in aan Christa of ik eigenlijk op zondag wel mocht wassen. Of eigenlijk: of ik die was dan ook buiten mocht hangen? Ja, dat mocht. En ik mag ook best wat lichte tuinwerkzaamheden doen, maar niet grasmaaien. Ik hoef me er niets van aan te trekken natuurlijk, ik ben een ongelovige. Maar ik doe het wel en het kost me niets, schaadt me ook niet.
Ik schreef een column voor Trouw met als titel Rasenmäherrennen en een column voor De Groene met als titel "Onbegrip en verwondering in vijf niet samenhangende punten". Ik heb mijn geld weer verdiend. Op zondag. Dat zal ook wel niet horen. Ik dacht dat het gemis van Jasper gebonden zou zijn aan een bepaalde tijd en dat blijkt niet zo te werken. Dat bleek natuurlijk al uit dit dingetje, maar ik ben stijfkoppig en schat zelfs de dingen die ik zelf opschrijf niet altijd op hun waarde of waarheid. Er zijn momenten waarop ik hem ineens zo knalhard mis, dat ik - als ik aan het lopen ben - stil moet blijven staan. Tuinmaat Han bleek nog een flink aantal foto's van hem gemaakt te hebben in de week dat hij in Haarlem logeerde. Eén daarvan gaat hierbij. Hij ziet niets meer, maar kun je dat zien? Ja, ik zie het. Verleden week waren Han en Trijntje hier, en Jet en Lure ook. Als je een beetje opgewonden 'Waar is Jasper?' roept naar Jet, gaat ze altijd nog op zoek naar hem. Ik pakte de urn uit het schrijntje, tilde de deksel eraf en liet haar snuffelen aan de plastic zak met bijna witte as. Ze blafte hard. Je zou bijna denken dat ze het begreep.
Ik ga straks een stuk fietsen op de racefiets. Over twee weken is hier een reünie van de schaats- en fietsclub. De groep is in drie delen opgesplitst: een deel bij Schneider aan de Bergstrasse 9, een deel bij Görgen aan de Untere Hardt 4 en een deel bij mij. Ik moet gaan trainen. Had allang moeten beginnen, weken geleden. Fietsen mag wel op zondag.

Station Delft #fail
Geloven jullie in tekens? In het 'lot' of het-had-zo-moeten-zijn? Ik nauwelijks, maar vanochtend gebeurde er iets waarvan ik na een half uurtje dacht: O, ja.
Ik zou om tien uur voor het NS-station in Delft opgepikt worden. Door een busje vol met honden, en een chauffeuse natuurlijk. Eén van die honden zou mijn speciale aandacht moeten hebben. Op spoor 10a op Amsterdam Centraal werd gemeld dat de trein naar Vlissingen vijf minuten vertraging had. Nou ja, dat kan. Maar het werden er tien. Toen kwam de trein binnenrijden en er stapten heel veel mensen in. Na nog eens vijf minuten begon de trein te rijden. De verkeerde kant op. Kort daarop riep een stem om dat we hartelijk welkom waren in de intercity naar Lelystad. 'Ik dacht dat ik op weg was naar Delft,' zei ik tegen een conducteur die langskwam. 'O, ja?' zei hij. Hij had waarschijnlijk geen idee dat zijn trein vol zat met mensen die onderweg waren naar Delft of Rotterdam of Vlissingen. Ik wond me niet eens op, meldde Delft via sms dat er iets niet helemaal goed ging. In Almere stapte ik uit, want ja: wat had ik in Lelystad te zoeken? Zowel op perron 4 als op perron 5 stond op de borden dat de treinen naar Vlissingen zouden rijden. Misschien stond op dat moment op álle borden op álle perrons op álle stations in heel Nederland wel dat de treinen naar Vlissingen zouden rijden.
En daar, op perron 4 van Almere Centrum, viel het me in dat het zo had moeten zijn. Dat het niet de bedoeling was dat ik in Delft zou aankomen. Buiten mijn macht, bekokstoofd door allerlei krachten, was ik in Almere beland, terwijl alles om mij heen schreeuwde dat alle treinen station Delft zouden aandoen. Het was inmiddels kwart voor tien. Om half elf was ik terug waar ik begonnen was. Ik had de Metro gelezen, ik had een flink deel van De Groene Amsterdammer gelezen en ik had nergens uitgecheckt. Toch werd er tien euro van mijn OV chipkaart afgeschreven zag ik bij het verlaten van Amsterdam CS. Inmiddels hadden Delft en ik elkaar proberen te bellen en waren er sms'jes verstuurd. In de tram tikte ik in dat ik 'treinen even beu' was en dat we maar moesten proberen tot een nieuwe afspraak te komen.
Nu heerst er stilte. Het regent en het is ijskoud. Overmorgen weer naar de Eifel. Die afspraak zou weleens een tijdje op zich kunnen laten wachten. Station Delft is gloednieuw trouwens, en zo te zien op foto's heel erg mooi.

21 april
In een aantal broeken zit nog steeds een plastic zakje. Die worden keer op keer mee gewassen. Ik ben even verbaasd, frommel het zakje open en stop het dan weer terug in de kontzak. Op de plank naast de keukenkastjes staat nog steeds een plastic trommel met voer. Ik kijk er naar, besluit dan niets te doen. Boven, in de woonkamer, liggen naast elkaar een afgekloven mergpijp (ooit achtergelaten door Bobo, een Tervuerense herder) en een rolletje verbandgaas, waarmee ik een paar maanden geleden zijn linkeroog depte, nadat hij door een kat was gekrabd. In de keuken hangen twee nieuwe dingen: de prachtige foto die de mensen van Das Mag me opstuurden van Jasper voor een koude kachel (het was zomer) en de laatste tekening die Trijntje van hem maakte. 14.3.16 heeft ze erbij geschreven, ze heeft de tekening dus van een foto gemaakt. Ik voel me zo nu en dan een weduwnaar; er is een vage leegte, er is iets dat ontbreekt. Dat gebeurt meestal als ik op een plek kom waar ik zónder hem nog niet was, en vooral ook als ik tv kijk, en de andere kant van de bank leeg is. Maar ook zeg ik tegen mensen die ernaar vragen dat het allemaal verrassend snel went, en dan lieg ik niet. Twee dagen geleden schilderde ik de tuinbank (met Wijzonol antiekgroen). Daar staat hij nu naast, in een schrijntje dat ik in elkaar timmerde. Als ik de urn zie, zeg of denk ik 'ach'. Ik ben niet langer bang dat de urn gestolen zal worden als ik hier niet ben. Heel soms, als ik niet inslapen kan, gaat die late namiddag van de 13e maart door mijn hoofd, en soms vraag ik mezelf af waarom ik niet aan hem gemerkt heb dat hij blind aan het worden was. Maar dat doet niet heel erg zeer, alsof ik weet dat het weinig uitgemaakt zou hebben. Het liefst stel ik me hem 's ochtends voor, dan kon hij nogal overdreven overeind komen en zichzelf op zijn kont zittend zo ver mogelijk uitrekken, voorpoten uitgestrekt, nek naar achteren, bek open en gapen met geluid.
Er zijn mensen geweest die vreesden - heel lief - dat het me niet goed zou doen, dat ik depressief zou worden. Steeds maar weer vroeg mijn moeder een beetje angstig hoe het met me ging. Maar dat is nou juist niet het geval. Ik had verdriet, dat is een eerlijke emotie, een emotie waarvan ik tegen de therapeut (ik was onlangs bij hem, zomaar op bezoek) zei dat ik die mooi vond, dat ik hem verwelkomde. Als je hond doodgaat, word je niet depressief. Juist niet. Je voelt. Je ondergaat. Verdriet is geen depressie, net zomin als somber een depressie is. Het vage weduwnaarschapsgevoel van nu is niet geheel onplezierig, het is een teken van rouw of gemis, het zal slijten. Ik kan andere honden weer velen, zo zelfs dat ik aanstaande maandag een afspraak heb. In Delft.

Opwinding
Er heerst hier - kort, hoop ik - een kleine crisis. Nadat ik gisteravond afleveringen 12 en 13 van de derde serie House of Cards gekeken had, zag ik dat ik niet einfach weiterschauen konnte. Wel verdorie, dacht ik, wat nu weer? Ik probeerde via internet uit te vinden wat er aan de hand was en ik whatsappte Tuinmaat Han om te vragen of serie 4 in Nederland te zien was. 'Jawel,' antwoordde hij. 'Godverdomme,' riposteerde ik. Het heeft natuurlijk alles met geld te maken. Grof geld. Netflix heeft vier jaar geleden de rechten van HOC verkocht aan Sky. Toentertijd was er in Duitsland nog geen Netflix en ze wilden aan de in eigen huis gemaakte serie toch geld verdienen. Inmiddels is er in Duitsland wél Netflix en nu zitten ze met de gebakken peren. Nou ja, 'ze', wíj zitten natuurlijk met de gebakken peren! Vooral nu ik weet dat Tuinmaat Han - mocht hij dat willen - op ditzelfde moment heerlijk op de bank jaargang 4 kan gaan zitten bekijken! Wat een ellende. 'Ergens in de herfst' lees ik op het Duitse internet.
Een ander 'rechtendingetje' wat me dwarszit, is en blijft de livestream van NOS Sport. Gisteren wilde ik de Amstel Goldrace bekijken. Niet op Eurosport Deutschland, want daar is het commentaar erbarmelijk, áls het al wordt uitgezonden. Dat mag niet van de NOS, gezien mijn geografische locatie is het mij niet toegestaan de livestream te bekijken. Maar onlangs zag ik wel The Passion via de livestream, en ik kan op welk moment dan ook live luisteren naar Radio 1. Waarom? Kan iemand mij dat nu eindelijk eens duidelijk uitleggen? En nee: ik ben NIET geïnteresseerd in mogelijkheden om dat via slinkse manieren te omzeilen. Is dit niet iets om te onderzoeken door De Groene Amsterdammer?
En kunnen ze dan meteen ook even onderzoeken of het geoorloofd is dat de Rabobank - alle banken zullen dat wel doen - tegenwoordig zo'n beetje elke maand de spaarrente met een tiende procent verlaagt? Mag dat? En: van wie mag dat? Van de banken zelf of zit de overheid daar weer achter? Als het zo doorgaat, betáál ik tegen de tijd dat ik eindelijk weer naar House of Cards kan kijken rente. Dat lijkt mij niet de bedoeling van een spaarrekening. Die in mijn geval slechts gedeeltelijk een spaarrekening is, het is eerder een pensioen. Daar moet ik zelf voor zorgen, ik krijg niet elke maand een vast salaris, waarvan een deel in een virtueel potje voor later gaat. Maar aan zulke uitzonderingen hebben de belastingdienst en de banken en de overheid lak.
Hoog tijd om naar buiten te gaan, ik wind me veel te veel op (voor je het weet, heb je helemaal geen pensioen meer nodig). De zon schijnt, tuinwerk wacht. Lekker met je poten in de aarde, er is niets wat daar tegenop kan.

Ursus arctos
Een dag nadat vriend Jens en ik in Aalborg The revenant zagen, gingen we naar de Aalborg Zoo. The revenant moet zoiets betekenen als 'de wreker', afgeleid van het werkwoord revenge. Nou, dat klopt: Leonardo DiCaprio zoekt wraak op de mannen die hem voor dood achterlaten nadat hij door een grote beer is aangevallen. Ook steekt één van de mannen DiCaprio's halfbloedzoon dood. Een totaal onwaarschijnlijke film, gebaseerd op een roman van Michael Punke, die zijn roman weer baseerde op een 'waargebeurde geschiedenis' uit 1823, en die geschiedenis zelf is ook al volstrekt onbetrouwbaar. Mooie beelden, dat wel. Jammer genoeg werd er nogal wat Indiaans gesproken en Jens vergat steeds de Deense ondertitels voor me te vertalen.
De dierentuin van Aalborg krijgt van mij een zesje. Het is een nogal versleten dierentuin, de dieren een tikje sloom, er zijn geen leeuwen of panters en er waren 'werkzaamheden'. De wrattenzwijnen en actieve miereneters maakten dat het geen vijfje is. Pas helemaal aan het einde kwamen we bij de Europese bruine beer. Er waren er twee, een mannetje en een vrouwtje. En ze bewogen. Ze renden, zwommen, gingen zich rechtop tegen een boom schurken, snuffelden gretig de lentelucht in. Nooit eerder gezien. Meestal liggen beren te maffen en meestal zijn het lippen- of bril- of Aziatische zwarte beren. En ik herkende in de mannetjesbeer de beer die Leonardo DiCaprio bijna verscheurde. 'Goed gespeeld, jongen,' zei ik tegen hem. 'Jij had een Oscar moeten winnen.' Hij bleef rustig midden in de vijver zitten, spelend met een boomstam. Vooral het doodliggen had hij heel goed getroffen, half over DiCaprio heen. Daarvoor had hij toch een hele tijd zijn adem in moeten houden.

Een klein, onbeduidend en exotisch land
Het plezierige van in het buitenland vertaald worden is dat er - zelfs nu ik al zes jaar geen roman geschreven heb - zo nu en dan gewoon een boek uitkomt. Zo brengt Gallimard aankomende juni Juin. Ik denk dat de Fransen het eerst even aankijken wilden. Hoe het boek het in andere landen zou doen, bedoel ik.
Plezierig, maar rijk word je er niet van. Het enige land van waaruit daadwerkelijk geld deze kant uitvloeit, is Duitsland. Voor een vertaling ontvang ik een voorschot en vrijwel nooit komt de verkoop in het betreffende land boven het bedrag van dat voorschot uit. (Wacht, ik lieg: ook uit Engeland komt geld, daar zijn bijvoorbeeld van The Twin 35.000 exemplaren verkocht. Misschien kun je dat in een land als Engeland een bescheiden bestseller noemen. En ergens was ik onlangs wel gevleid dat op de Engelse vertaling van Birk van Jaap Robben mijn naam op de voorkant stond, met de aanbeveling "Beautiful. Just beautiful". (Hoewel dat me ook noopte De Geus/World Editions een mailtje te sturen met de opmerking dat mij wellicht even gevraagd had kunnen worden of ik daarmee instemde?)) Er schiet me geen enkel Nederlands boek te binnen dat écht een bestseller is geworden in welk buitenland dan ook. Hoe komt dat? Waarom worden naar het Nederlands vertaalde boeken wél bestsellers, terwijl dat andersom een unicum is? Ligt het aan chauvinisme in bijvoorbeeld de UK, de VS en Frankrijk?
De Kroatische vertaalster van De omweg mailde me een paar vragen en meldde tussen neus en lippen door dat er lezers zijn die veel zin hebben in het boek omdat Boven in dat land een 'cultstatus' heeft. Dat is leuk en aardig, maar het woord 'cult' is onlosmakelijk verbonden met lage verkoopcijfers. Wat is het dat maakt dat een Nederlandse schrijver (m/v) nooit een groot schrijver zal worden in het buitenland? Niet de kwaliteit van het werk, lijkt mij, er komen in het Nederlands mooie boeken uit. Ook niet aan het feit dat die boeken 'té Nederlands' zouden zijn, want dat zijn ze vind ik niet en bovendien: wat is er leuker voor een buitenlander om door een roman de gewoontes, zeden en wat-niet-al van een hem onbekend land te leren kennen? Is Nederland misschien domweg te exotisch voor pakweg een Amerikaan of een Bulgaar? Is ons land letterlijk te klein - en mogelijk daardoor te onbeduidend - om grote schrijvers voort te brengen?
Ik denk dat de oorzaak toch vooral in de buitenlanden zelf gezocht moet worden. De 3 à 4 - nou vooruit: 5% - vertaalde boeken in de UK en de VS is natuurlijk een schande en verraadt een geborneerdheid bij uitgevers en lezers, een geborneerdheid die je in een land als Duitsland niet aan zult treffen. Maar ook: buitenlandse uitgevers weten donders goed dat ze niet veel zullen verdienen aan uit het Nederlands vertaalde boeken. Vandaar vertaalsubsidies van het Letterenfonds om in elk geval die hobbel al te slechten.
En dat juist Zweden het land moet zijn van waaruit elk jaar het nieuws over de Nobelprijs voor de literatuur komt, is ook al niet al te best, gezien het feit dat van alle Scandinavische landen uitgerekend Zweden het land is waar Nederlandse uitgevers op een muur van onwil stuiten bij hun poging werk van hun Nederlandse auteurs onder te brengen. Die Nobelprijs voor literatuur kunnen we op onze buik schrijven, dan heeft in elk geval de persoon die met een Nederlandse schrijver het bed of de bank of de keukentafel deelt er nog iets aan.
De afbeelding is het beoogde omslag voor Jasper en zijn knecht in de Duitse - Suhrkamp - uitgave.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »