Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Glasvezelkabel!
Het is hier soms erg lang stil. Dat is niet zozeer omdat ik niets te schrijven heb, meer omdat het internet hier in die takke-Eifel zo vreselijk slecht is. Dat het vrijwel onmogelijk is iets te plaatsen. Vaak lukt het me ook nauwelijks om de Trouw-column door te mailen. Daar komt bij dat ik mijn iPhone aan moet sluiten op de laptop, de iPhone is mijn modem, maar door dat ene extra snoertje of Bluetooth-verbinding verlies ik nog weer eens de helft van het toch al trage internet. 3G, laat staan 4G, vermeldt de iPhone nooit, er staat een E en nog vaker GPRS, met twee of drie luizige balletjes. Om mezelf ergernis te besparen laat ik het allemaal maar. En ik tel de dagen af. Vanaf 31 mei sluiten ze hier de nieuw aangelegde glasvezelkabel aan op de bestaande telefoonkabels. Als het goed is, zit mijn kabel achter een rechthoek paars Styropor die niet verputzt is. Als het goed is, want als ik me nog eens voor de geest haal hoe Bagger Peter tekeer ging met zijn enorme graafmachine, hou ik mijn hart vast. Het is eenvoudig te controleren: ik moet met een mes dat spul wegsnijden en domweg in het dan ontstane gat in de muur graaien of kijken. Afgelopen dinsdag was ik met buurmannen Klaus en Max en voormalig burgemeester Ernst Görgen naar een informatiebijeenkomst over het internet. Het gemeentehuis van Wawern zat propvol. Wij zaten te glimmen en gnuiven, want ons gehucht zal van alle gebieden zo'n beetje het snelste internet krijgen. Lui uit Nimshuscheid (anderhalve kilometer verderop, een stuk hoger) waren bozig. Met luide stemmen vroegen zij de verantwoordelijke mensen waarom zo'n gat goddomme zulk snel internet heeft, terwijl zij - in een veel groter dorp - dat niet hebben?!
Trouwens: ik heb hier veel minder zin en behoefte om mijn weblog bij te houden. Ik heb het namelijk zo druk in de tuin, dat ik 's avonds doodmoe op BVN naar DWDD en Het Journaal kijk en dan ga afwassen en dan naar bed ga. Afgelopen dinsdag stond ik, met foto en al, in de Trierischer Volksfreund en toen kon ik me nauwelijks vertonen in Nimshuscheidermühle omdat iedereen me daarover wilde aanspreken. Als je hier in de krant staat, heb je het gemaakt, dan kan je niet meer stuk. Bij dakdekker Rudi thuis maakte ik een foto ervan, zie afbeelding. Het schijnt dat mijn lezing in Bitburg van aanstaande donderdag nou eens écht iets is voor vrienden van de literatuur. Het zal mij benieuwen.

Uiteindelijk keramiek
Ik heb iets mogen meemaken wat ik nooit eerder meemaakte. Een retweet-storm. Je kunt jarenlang de al dan niet allermooiste dingen opschrijven over tuinen of je buren of je hond, pas als je een stevige mening hebt, worden mensen wakker en beginnen ze te reageren. Dit is de column waar het over gaat. Vanaf het begin van het schrijven van columns voor de website van De Groene Amsterdammer heb ik me voorgenomen eens lekker uit te pakken. Waar ik elders al jarenlang mijn best doe geen meningen te verkondigen (in het openbaar), doe ik dat daar wel. Ik schreef onder andere al een stuk tegen Billy Elliot de musical (zonder 'm gezien te hebben) en over de karakters van de schaatsers Sven Kramer en Koen Verweij. Die leverden niet al te veel reacties op, buiten 'Maar zoiets zet je toch zeker niet op internet?!' Deze column, over het NOS Journaal en politiek, deed dat dus wel. Ik vond het maar vreemd.
Afgelopen zaterdag bezocht ik een feest van Trouw. Ik ging er vooral heen omdat ik benieuwd was wat voor mensen daar zouden zijn. Christelijke mensen, dacht ik. Ik zag niets speciaals aan ze. De tweede persoon die ik er sprak, sprak mij aan, we babbelden wat, en toen vroeg ik: 'Maar wie is u eigenlijk?' Hij bleek de hoofdredacteur te zijn. Later hield hij een toespraakje. De eerste die ik er sprak was Koos Dijksterhuis, die elke dag over de natuur schrijft. Ik zat een tijdje naast Jann Ruyters, die me tussen neus en lippen door vroeg of ik niet recensies wilde schrijven. 'Geen sprake van,' zei ik. 'Dat kan ik helemaal niet, ik ben geen intellectueel, ik kan dat allemaal niet verwoorden.' Nu denk ik: waarom eigenlijk niet? Waarom niet een complete career move maken? Heerlijk, nooit meer zelf een roman hoeven schrijven, maar romans van anderen ophemelen of afkraken. Lekker op mijn dagbed in de Eifel-schrijfkamer liggen lezen en er dan iets over schrijven en daar dan ook nog geld mee verdienen. En als ik het niet kan verwoorden zoals bijvoorbeeld Kees 't Hart - de allerbeste recensent van Nederland - dat doet, doe ik het toch zeker op mijn eigen manier? Als het me - blijkbaar - lukt iets zinnigs op te schrijven over politiek of media (waarvan ik niet wist dat ik zoiets kon), moet het toch zeker ook lukken iets zinnigs te zeggen over een boek? En dan ga ik vanaf m'n zestigste lekker schilderen. Of keramiekeren. Met exposities in De Fundatie te Zwolle.

Hoogeveen
Ik dien af te reizen naar Hoogeveen. Dolf Verroen, die dit jaar het Groot Hoogeveens Dictee geschreven heeft, is waarschijnlijk al onderweg, in de auto. Omdat ik het de vorige keer schreef, ben ik de juryvoorzitter. Een erebaantje. Maar er is een of andere stroomstoring gaande, waar ik niets van merk, want hier in huis brandt het licht en doet de verwarming het. De site van de NS zegt dat ze me op de hoogte zullen houden. Vanmiddag is het Kinderdictee en vanavond het Grotemensendictee. Dat zal ik toch wel halen? Het is stil in huis, Jasper is bij de oppasman in Assendelft, ik hoef niet naar buiten.
Gisteren had Jasper een zeer drukke en onrustige dag. Eerst bijna drie uur in de auto, daarna anderhalf uur in de trein van Nijmegen naar Amsterdam. Vanaf moment van instijgen had hij te maken met een woedend baasje, die in alle koppen om hem heen Karpatenkoppen zag en terecht vond dat de hond naar de Molukse conducteur blafte omdat die conducteur zeer dreigend voor ons kwam staan. Baasje kon zijn eigen woede niet zo goed verklaren. Baasje wilde van Amsterdam CS naar huis lopen, maar het was akelig takkeweer, met regen en harde wind, dus we deden een stukje in de tram en bij uitstijgen ging de hond veel te overdreven tekeer tegen een zwarte labrador. Baasje deed zijn best het te negeren, maar zijn woede overmande hem. Jasper werd de lucht in getrokken en in de rondte geslingerd. Voorbijgangers keken baasje bestraffend aan. Wacht maar, dacht baasje grimmig. Wacht maar tot jullie zelf zo'n hond hebben en een onverklaarbare woedebui hebben. Baasje kon wel janken, die arme, onschuldige hond met zijn lieve lichtbruine ogen, en een rode bloedstriem op zijn buikje omdat hij een paar dagen geleden achter een braamstruik is blijven hangen. En toen gingen baasje en hond eten en toen moest het alwéér naar de trein. Jasper was afgepeigerd toen we bij de oppasman aankwamen. Ik ook, trouwens. De oppasman zei dat je ervoor kunt kiezen, woedend zijn of niet. Baasje keek hem verbijsterd aan. Dat is toch een emotie? zei hij, daar kun je toch zeker niets aan doen? Je kunt toch ook niet zomaar stoppen met verliefd zijn op iemand? En toch is het zo, zei de oppasman. Ik vond het een boeiend standpunt.
Inmiddels schiet het niet op met de trein. Ik zie een kaart met rode spoortrajecten, mijn traject is ook rood. Uit Hoogeveen is geen aanbod gekomen voor een taxi naar Almere, dus ik wacht het allemaal rustig af. Van enige woede is geen sprake meer, ik sliep blijkbaar goed.


Geen Trödelladen
Ik zou vandaag een uitje hebben. Daar had ik nu eens echt zin in. De hele ochtend - het is immers zondag - was ik aan het schoonmaken geweest: stofzuigen, soppen, afwassen, zodat als het uitje begon, de boel aan kant zou zijn. Pauline Slot zou me rond half één komen ophalen. Dan zouden we gaan lunsjen en lopen met de honden en naar een Trödelladen. In een Trödelladen kun je ouwe troep kopen, ik had zelfs al de portemonnee in de achterzak. Pauline was precies op tijd. Jasper dacht 'Há, visite!' en sprong blij bij de deur op. De deur ging open, geen van ons lette echt op en daar ging Jasper. 'Jammer,' zei ik. 'En ik had nog wel zo'n zin.' Even dacht ik nog dat het goed zou komen omdat hij bij de buren een kat de boom in joeg. Daar zou ik hem kunnen pakken. Vlak voor ik bij de boom aankwam (bovenaan de heuvel), besloot de kat 'm te smeren. Nou ja, Pauline bleef nog een kopje koffie drinken, ik liet de deur openstaan voor je-weet-maar-nooit en toen reed Pauline alleen weer weg. Hij kwam tweeënhalf uur later thuis. Het uitje is verzet naar aanstaande dinsdag.
Ik maakte de kachel in de schrijfkamer aan. Maar ondertussen begon ik ook in de tuin te rommelen en voor ik het wist was ik een miniatuurhek aan het maken in het stenen plantbed voor het gastenkamerraam. Met vliertakken en touw. Het is erg mooi geworden - al zeg ik het zelf - en ondertussen brandde de kachel in de schrijfkamer voor niks. Daarna ging ik een fotoreportage maken van de tuin. Zie afbeelding (bijna uitbottende Hydrangea aspera). Iets na vijven ging ik eindelijk in de schrijfkamer zitten om de foto's te downloaden. En toen ik dat gedaan had, dacht ik: ik schrijf nog even een dingetje, de tijd was te kort om aan iets substantiëlers te gaan werken. Ondertussen stond Jasper beneden in de Hauswirtschaftsraum te piepen en toen te pissen. Om hem daarvoor te belonen voer ik hem nu een wortel. Hij is dol op wortels. En het klinkt zo gezellig. Ik neem het geluid wel eens op op Whatsapp en stuur het geluid dan naar deze of degene, die worden daar dan ook altijd erg blij van.


"Mama, ik kan niet meer"
Toen ik afgelopen nacht rond vieren thuiskwam - in het geheel niet dronken omdat de CPNB of de Stadsschouwburg steeds minder drankpunten instelt tijdens het Bal - zag ik na een tijdje dat het kleed was ondergepist. En midden in die natte plek lag een strip aangevreten paracetamol. Overal slingert hier nog paracetamol en ibuprofen rond. Ik kon zo één twee drie niet uitmaken hoeveel pillen hij had weggekauwd. Ik denk een stuk of vier. Hij lag heel aandoenlijk keihard met zijn staart te slaan. Hij heeft in elk geval ongelofelijk pijnloos de tweede helft van de nacht doorgebracht.
De hele dag was hij erg opgewekt en springerig en - veel belangrijker - hij speelde met alle honden die hij tegenkwam, cairn-terriërs, Franse bulldogjes, wat niet al. Zachtmoedig. Hij moet vaker 's avonds vier paracetamolletjes eten. Ik kon wel janken: het is zo mooi om te zien dat hij zijn best doet, en dat toch de training die ik al een tijd met hem doe om die rare agressie jegens andere honden er een beetje uit te krijgen lijkt te werken. Daarvoor heb ik andere baasjes nodig, die moeten even blijven staan, mij de kans geven hun hond te aaien, Jasper geruststellend toe te spreken, snoepjes uitdelen, en dat alles terwijl ik op mijn hurken tussen beide honden in zit.
Net, tijdens het avondrondje dat eerder was dan anders omdat hij me begon aan te blaffen en piepen, haalden we een vrouw in die aan het bellen was. Ze was een jaar of vijfenvijftig. Toen Jasper haar passeerde draaide ze zich glimlachend om. Daarna praatte ze zachtjes verder met haar moeder. "Mama, ik kan niet meer," zei ze. Ik hielp mijn pas een beetje in. 'Mama, luister, nee, nee, mama, luisteren nu. Ik kán niet meer." Honderd meter verderop hoorden we haar nog tegen haar moeder praten, steeds luider. We hoorden geen plons (we liepen langs de kade). Het zal wel goed gekomen zijn, met haar óf met haar moeder.
Tussendoor deed ik een Stille Tweespraak in de Balie, in de foyer tijdens het LOGOS-festival. Alleen mensen die een koptelefoon opzetten, konden horen was de interviewer en ik zeiden. Verder zaten er veel meer mensen gewoon koffie te drinken en taartjes te eten en te praten en vooral niet naar het podiumpje te kijken. Op de weg erheen had ik de gele kornoeljes bij De Nederlandse Bank zien bloeien, op de terugweg zag ik ze weer. Het zag er ondanks de vervreemding in de tussentijd precies hetzelfde uit.

Ik was zo ongelukkig afgelopen week
Dit is alweer dik 5 jaar geleden, maar mijn mond weet het nog zó goed. Mijn mond vergeet nooit iets. Mijn mond is mijn zwakke plek, altijd al geweest ook. Op die ene rare opname in het ziekenhuis van Bitburg na heb ik nooit in een ziekenhuis gelegen. Tandartsstoelen ken ik des te beter, nou ja, ik schreef er het vorige dingetje over. Aan het einde van dat dingetje stond: 'Nu gaat het wel weer'. En ik heb nog zo van mijn moeder geleerd dingen niet over me af te roepen. Nooit onnadenkend zulke dingen opschrijven; het is als de dingen die ik maanden geleden over Jasper schreef, dat hij het zo goed deed, en prompt gebeurde er weer iets ergs met hem de volgende dag. In Wuppertal zat ik twee uur lang te zwetsen. Twee uur lang de tong tegen de wond, twee uur lang opwinding. De nacht die volgde was een hel, en tot op de dag van vandaag is de pijn nooit weggeweest. Ik kon er ook nauwelijks pijnstillers tegenop slikken, vooral omdat ik zo'n sukkel ben die zich houdt aan de voorschriften. Nooit meer dan 3 ibuprofennetjes op een dag, niet meer dan 6 paracetamolletjes. En dat natuurlijk niet sámen. De nacht na de lezing in Bremerhaven afgelopen maandag was ook volledig weggegooid geld voor zo'n fijne hotelkamer.
Het was alsof mijn kaak zich ineens en vooral gretig die slachtpartij van 21 december 2009 herinnerde en dacht: dat gaan we nog eens dunnetjes overdoen, ik ben nog niet klaar met jou. De grootste ellende van zulke pijn is dat je er uitgeput van raakt, omdat je er lichamelijk en geestelijk tegen vecht. Gisteren was ik het beu, en ook dacht ik: de boel moet ontstoken zijn, dit is niet normaal. Ik mocht langskomen bij Dirk. "Het gaat helemaal prima!" zei hij en haalde meteen ook maar de hechtingen eruit, dan hoeft dat morgen niet meer te gebeuren. "Niets aan de hand!" Ik mocht zelf meekijken op het beeldscherm, en het zag er inderdaad goed uit. Dat heb ik op zo'n moment nodig. Afgelopen nacht, na het spoelen met Chloorhexidine en het innemen van 2 paracetamollen, was zeer weldadig, niet wakker geworden, geen pijn. Nu is het klaar, dacht ik ferm. Nu doet het weer zeer, natuurlijk, maar sinds gisteren weet ik dat het alleen maar beter worden kan. Heel misschien zit ik morgenavond wel zonder pijn op stoel 7, rij 2 in de Stadsschouwburg.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award
eerder:
Bloeiende appelbomen

Mijn tandarts in Leeuwarden - dit is een herinnering die me zojuist te binnen schiet; de hele periode Leeuwarden is nogal ... Meer »

vrijdag 27 februari 2015
Worst

Ik was maandagmiddag in de Aula van de UvA. Daar werden twee dingen gepresenteerd. Het nieuwe boek van Arnon Grunberg en ... Meer »

woensdag 25 februari 2015

» Archief
 Uitleg »