Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Telescoopstokken
In Segovia liepen heel veel toeristen - voornamelijk Aziaten - rond met een soort telescoopstok. Aan het einde van die telescoopstok zat een smartphone, soms een echte fotocamera en ik zag zelfs iemand met een tablet aan een stok. Nooit eerder zag ik dat. En het zag er raar uit, heel raar. Zelf maakte ik op een dag in het Alcazar een foto van twee Britse dames, met de camera van één van de dames. Hij viel een beetje donker uit, maar ze waren toch tevreden. Dat komt natuurlijk op hetzelfde neer: een lange stok met een camera eraan of iemand die een foto van je maakt. Los daarvan is Segovia een ongehoord fotogenieke stad.
Van Jesús Carrasco kreeg ik na ons openbare interview een paar vilten sloffen. Die had zijn zuster gemaakt. Ze waren nog nat, dus ze rieden me aan ze onder een tafeltje in mijn hotelkamer te zetten. Toen pas begreep ik een onbegrijpelijk mailtje van hem, dat ik een paar dagen voor mijn vertrek naar Spanje kreeg: "Here is my first question for you: What size shoes do you have?" Inmiddels zijn ze droog, en ze passen ook nog.
Ik had vier nachten geboekt in het hotel, en ik had al snel door dat dat te lang was. Ik doe dat nog steeds omdat ik denk dat ik heel ver weg ben en dat je zeg maar de reis moet compenseren. Ik vergeet dat een vliegtocht naar Madrid veel korter duurt dan bijvoorbeeld een treinreis van Amsterdam naar Vlissingen. Bovendien is op een gegeven moment het festival voorbij en is iedereen verdwenen. Gelukkig was daar mijn Spaanse vertaler Julio Grande Morales, die me de hele dinsdag op sleeptouw nam in zijn autootje door de bergen heen. Afsluitend aten we een geweldige lunch aan de oever van een stuwmeer, met nogal wat drank. Het was warm en later in de trein en de metro was het nóg warmer. Ik kwam vast te zitten in een soort niemandsland omdat ik geen kaartje had gekocht voor de trein (klein stationnetje), en omdat ik geen kaartje had kwam ik het station niet uit, en dus ook de metro niet in. Op een gegeven moment glipte ik met iemand mee door het poortje en kwam ik toch nog op tijd op het vliegveld aan.
"Nou meneer," zei één van de jolige stewards, "u heeft het voor elkaar hoor: achttien lege rijen voor u!" Ik zat op stoel 31A. Lekker is dat, een halfleeg vliegtuig. Als ik gewild had, had ik languit een tukje kunnen doen. In plaats daarvan keek ik uit het raam, zelfs 's avonds vliegen is mooi.

Jasper 66 - kat uit bocht en in boom
De laatste dagen hangt er een grote rust over alles. De stad, de mensen, het weer, zelfs de tv, het bos in Sint Nicolaasga, het station van Steenwijk, de Albert Heijn. Tenminste, zo voelde ik dat. Gisteren gingen Jasper en ik eten bij hondenvriend H en Bas. Daar gaan we altijd op de fiets heen, best een eind voor Jasper. Die nog steeds maar niet begrijpt dat we gaan fietsen zodat hij eens flink kan uitrennen. Dat betekent dat hij dus niet om de 100 meter een plasje moet gaan doen en aan alle drollen die hij ziet moet gaan ruiken. Kortom: fietsen levert nogal eens wrijving op. In die laatste rustige dagen was ik niet één keer kwaad op hem en ineens zeggen mensen op straat en in de trein weer dingen als "Wat een fijne hond!" of "Wat is hij lief!" Ik probeer niet al te negatief te zijn, beperk me tegenwoordig tot een "Ja, nee, zeker, maar hij is wel een handvol, hoor."
Sinds H en ik zijn tuin hebben aangelegd, is die volledig omheind, met als bottleneck een stenen muur van pakweg 1,20 hoog. Lekker, dacht ik gisteravond, een glaasje gin-tonic met komkommer in de hand, Jasper kan hier gewoon los zijn. Tot meneer het in zijn kop kreeg op de muur te springen en na een korte aarzeling er aan de andere kant weer af. Dan kan ik roepen wat ik wil, weg is weg. H gaf me over het muurtje heen zijn blauwe halsband aan. Na een tijdje trof ik de jongen die zijn gigantische grijze hond met bloeddoorlopen ogen elk half uur uitlaat. "Heb jij een loslopende hond gezien?' vroeg ik. Jazeker, en die was nogal agressief op zijn hond afgekomen. "En toen?" Toen niks, want zijn hond liep de andere kant op. "En dat is maar goed ook," zei hij dreigend. "Anders is die andere hond nog niet jarig." (Punt is natuurlijk dat Jasper als hij los is, niks doet, want dan is hij lekker los en die andere hond juist niet!) Af en toe kwam hij uit een steegje rennen, keek me even aan, en vloog weer weg. Tot er een geweldig gekrakeel klonk en er een zwarte kat uit de bocht vloog; een tweede kat zat toen al in een boom. "Hahahaha," deed een groepje mensen, "die hond zit daar, in de bosjes." Toen kreeg ik hem te pakken, het had allemaal een minuut of tien geduurd, net als de vorige keer en de keer daarvoor, steeds in de Watergraafsmeer. Hij kreeg geen straf, kromp toch in elkaar. Tijdens het eten deed ik hem in de woonkamer, wij zaten buiten, hond Bas ook, want die loopt niet weg. Hij keek intens treurig door het raam.
Toen we naar huis fietsten weigerde hij in de Molukkenstraat zoals gewoonlijk te lopen. Ik snap dat wel, ik heb ook een bloedhekel aan de Molukkenstraat, maar ik wilde naar huis. Af en toe trok ik de lijn zo hoog op, dat alleen zijn achterpoten het asfalt nog raakten. En ik besefte dat de rust 'die over alle dingen hing' niet over alle dingen had gehangen, maar in mezelf zat, en dat er ineens heel veel lawaaiige auto's, schreeuwende mensen en keffende hondjes waren. Vanaf moment van thuiskomen tot vanochtend heb ik hem straal genegeerd, ik heb heel slecht geslapen. Ik probeer mensen die mij in mijn ogen iets hebben aangedaan ook weleens te negeren, en dat heeft geen enkele zin omdat ze meestal niet eens merken dat ik ze negeer. Ik heb alleen mezelf ermee. Jasper begrijpt of ziet dat negeren natuurlijk ook niet, die zal hooguit op de galerij even denken 'waarom krijg ik mijn thuiskomstsnoepje niet?'
We gaan zometeen naar de Wogmeer, onze rust terugpakken. We gaan niet op de fiets naar Amsterdam CS, we gaan te voet. Morgen gaan we naar de Eifel, nog meer rust terugpakken.

Jasper 65 - voorlezen
Nadat ik vanochtend het opvanggezin van Jasper in Duitsland gemaild had met de stand van zaken en de vraag of hun opmerking dat Jasper 'nooit naar een Tierheim mocht, dan liever weer hier terug' nog steeds stond, ging ik net met hem lopen. Een rondje KNSM-/Java-eiland, een rondje vol drukte en honden, zeker met dit weer. Niet één (1) keer viel hij uit naar andere honden, zelfs niet naar de loebas van de Surinamekade die het baasje (WEG MET DE PONT! OVERLAST! STANK! op grote borden rond zijn schip en dan zelf met hond en scootmobiel die pont naar de overkant (het nieuwe Oostveer) nemen, zo een is dat er, uit Amerika) gewoon op de kade laat liggen. Dat lijkt een soort van patroon met die hond. Of ik schrijf iets positiefs, waarna hij onmiddellijk iets verkeerd doet, of ik schrijf iets negatiefs en dan doet-ie alsof hij de best opgevoede hond ter wereld is. Hij werd twee keer aangehaald. Door een meneer die bij zijn boot aan het zagen was en door een groenvoorziener die taxusloof aan het opruimen was.
Het is hier dus nog steeds wikken en wegen. Met goeie dagen en slechte dagen. Gister bijvoorbeeld was een slechte dag en ik kon wel janken, maar dat ging weer niet want ik moest een verhaal voorlezen op Read my World in de Tolhuistuin. Voor mij lazen Karin Amatmoekrim, Rashid Novaire en Auke Hulst. Ik merkte dat mijn pols raasde en ik een droge mond had. Godsamme, wat nu weer? dacht ik. Nou, zenuwen. Daarom permitteerde ik me voor ik las een opmerking over het interieur van de tuinzaal. Dat is een vierkante ruimte - behorend bij de voormalige kantine van Shell-personeel uit de toren - met aan drie zijden glas. Enorme ramen met zicht op het park. Bijna Japans doet het aan. Heeft iemand daar twee enorm grote spuuglelijke palmachtige kamerplanten in gezet. Die heeft het niet helemaal begrepen. Toen ik nog even verder dacht, besefte ik dat kamerplanten in een vensterbank eigenlijk ook nogal bizar zijn. De mensen in de zaal waren het wel met mee eens, geloof ik. Ik schonk rustig een glaasje water in tijdens de consternatie die na mijn opmerking volgde en kon lezen. En ik las. Daarna waren er biertjes.

Besloten
Zeer onlangs is Tante Jans overleden. In de tussentijd is ze nog een keer verjaard, wat betekent dat ze 105 geworden is. Ik kreeg het nieuws te horen van mijn Duitse broertje, die langskwam in de Eifel en mij bij het handenschudden "Gecondoleerd" toevoegde. "Wie is er dood dan?" vroeg ik, toch een tikje geschrokken. Ik had het kunnen weten als ik mijn voicemail afgeluisterd had, waarop mijn moeder het nieuws al ingesproken had. Nu is het jaren geleden dat ik Tante Jans gezien heb. Een van de laatste dingen die ik te horen kreeg van haar was dat ze Boven is het stil allemaal gelogen vond. En ik hoorde elk jaar de verhalen van haar verjaardag, waar mijn vader en moeder altijd kwamen, en ik stuurde haar mijn boeken op.
Tante Jans was de zuster van mijn oma. Ik zag haar dan wel nauwelijks, maar met haar dood is er een heel tijdperk verdwenen. Op de rouwkaart staat dat ze te zijner tijd bijgezet zal worden op het Militair Ereveld Grebbeberg. Daar ligt haar verloofde, die omkwam bij de slag om de Grebbeberg. Bij hoge uitzondering kan zoiets nog, 74 jaar na dato. Altijd alleen gebleven, Tante Jans.
Maar daar gaat dit dingetje niet over. Dit dingetje gaat over haar 'besloten uitvaartdienst'. Als ik iets vreselijk vind, is het wel een besloten uitvaartdienst. Dan krijgen we te maken met wat ik de hierarchie van het verdriet noem. Iemand besluit dat alleen die en die en die erbij mogen zijn. En die iemand gaat volledig voorbij aan wat er ook aan gevoelens leeft bij anderen; die iemand ontneemt anderen de kans - misschien wel het recht - om afscheid te nemen. Het heeft ook iets benepens, als de rolluiken in mijn Eifeldorp: als ik en Jasper 's avonds nog een rondje lopen, pieprammelen die dingen omlaag, soms zie je nog de buik van de persoon die aan de andere kant van de ruit aan het koord trekt. Lekker hermetisch afgesloten de nacht in. Waarom niet de zaal wijd open doen? Waarom niet wie wil binnen roepen? Waarom niet een paar tientjes meer neertellen voor wat er na afloop ook gegeten en gedronken wordt? Ik begrijp het niet, werkelijk niet. Hoe wrang het ook klinken moge: de begrafenissen die ik meegemaakt heb op kerkhoven die uitpuilden van de mensen of in crematoria waar de deuren niet dicht konden zijn zo hartverwarmend en troostend, dat je er als nabestaande jaren op teren kan. Niemand heeft iets gezegd tijdens de dienst van Tante Jans, hoorde ik van mijn vader en moeder. Niemand.

Jasper 64 - een weekje verder
Vorige week, een dag na het dramatische Jasper-dingetje. Ik loop naar Andrea Kluitmann. Onderweg groet ik een man, niet helemaal goed. Hij groet vriendelijk maar ook verbaasd terug en stapt op zijn fiets. Tien meter verder verjaagt Jasper een kat uit een struikje. "Dat is niet zo vriendelijk van die hond, hè," zegt de man. Ik doe of ik gek ben en vraag "Wat bedoelt u?" Nou, zegt-ie, dat die hond die kat aanvalt. Ach, aanvallen, zeg ik. "Kun je hem dat niet afleren?" Toen deed ik een heel diepe zucht geven. Ook keek ik hem vriendelijk aan. Nee, zei ik ferm, dat kun je hem niet afleren. "Nou," zei hij, "ik vind het niet goed." Ik kon er om lachen, het was zó allemaal bovenop de donderdag ervoor, dat het komisch werd. Stel je voor, een hond met een erg lage prikkeldrempel afleren niet te blaffen naar katten.
Dat van die lage prikkeldrempel leerde ik gisteren toen de hondengedragsdeskundige en -trainster hier ter plekke eens kwam kijken. We hebben voornamelijk gepraat, koffie gedronken en gevulde speculaas gegeten. Toen toch nog even naar buiten. En natuurlijk gedroeg Jasper zich anders, altijd hetzelfde liedje. Gelukkig kwam vlak voor we naar binnen gingen nog een hond langs die hij eens flink ging afblaffen. "Ik zie geen agressie," zei de hondengedragsdeskundige. Dat is natuurlijk een punt: je bevindt je eigenlijk altijd áchter de hond, kunt als baasje nooit goed zien hoe de wind waait. En toen kwam dat van die prikkeldrempel. Jasper ziet álles en wil ook alles in de gaten houden, net als ik, feitelijk. Erg ferm was ik ook bij het begin van het gesprek. "Wat wil je eigenlijk, écht?" vroeg de hondengedragsdeskundige. Ik deed mijn mond al open, dacht nog even na en zei toen: "Hij moet weg."
Maar dan is het drie uur later, en dan ligt-ie op de bank met zijn bek een beetje open zodat je z'n ondergebitje kunt zien, een rode bal onder zijn kont, en nog weer later ligt-ie op zijn rug, poten wijd, een verzaligde grimlach op de snoet terwijl ik hem afros. Dat vind-ie lekker: flink afrossen, niet zo heel zachtjes over zijn kop aaien.
Hoe dan ook, ik sprak het "hij moet weg" uit. Hoe alles lopen gaat, weet ik ook niet. Tot vijf minuten geleden kon ik niet naar Film by the Sea volgend weekend omdat alles en iedereen die hem weleens heeft niet beschikbaar was. Tot ik aan Irwan Droog dacht, en hoe die altijd door de knieën gaat op de uitgeverij. Irwan whatsappte "Leuk!"
Maar eerst naar de Eifel met zijn beste vriendin Jet en die andere, ondoorgrondelijke hond Lure, waarvan Jasper wel doorheeft dat er iets aan scheelt, maar wat precies, daar zal hij nooit achter komen.

Werkbezoek
Gisteren reed ik met vertaler David Colmer naar Wieringerwaard. Hij is bezig met de tweede versie van Juni in het Engels en wilde dingen zien en proeven. "Nu is het toch zeker weleens een échte boerderij?" had hij dreigend gevraagd. Tja, wat zeg je dan? Min of meer, natuurlijk. Altijd min of meer. "Ha, Slootdorp," zei hij, toen we het bord SLOOTDORP zagen. Eerst gingen we koffie drinken bij mijn vader en moeder. Met een tompouce en ook nog met een stuk appeltaart. "Kan ik hem aaien?" vroeg mijn moeder, terwijl Jasper luid met zijn staart op de grond klepperend daarop lag te wachten. Mijn moeder herinnert zich nog goed het schrikdraadincident en de uren erna, toen hij onbenaderbaar vastlag aan de salontafel. Mijn vader liep mee de schuur in. Dat was wel lekker, dan kon ik verder mijn mond houden. Jasper was erg gespitst op een loslopende kip. "En waar lag dan dat stro?" vroeg David.
Daarna reden we naar het zwembad. Er waren drie jochies aan het zwemmen. We namen allebei foto's en ik kreeg voor het eerst van mijn leven de bron van het natuurbad te zien, zie afbeelding. "Wie lag waar?" wilde David weten. Ik wees. Er was iets nieuws: een knaloranje waterglijbaan tussen een coniferenhaag en het opwarmkronkelslootje was verdwenen.
Vervolgens verdwaalden we in de nieuwbouw; ik wist niet meer precies hoe je bij de achterkant van de begraafplaats moest komen. Sinds het Polderhuis in particuliere handen is, bestaat de hoofdingang niet meer. We liepen een paar keer heen en weer tussen de graven, David probeerde foto's te maken. Dat was de hele dag een probleem: hij kende het toestel niet. Ik zag dat de weduwe van een in 1945 in een neergeschoten Engels vliegtuig omgekomen piloot bijgezet was in de afdeling oorlogsgraven. Die hereniging had zo'n 65 jaar op zich laten wachten. Toen gingen we koffiedrinken en iets eten in de watertoren. Dat is tegenwoordig een café. Dat was leuk. Jasper sprong op de toonbank.
Maar daarna gebeurde het fijnste van de hele dag. We stapten achter de begraafplaats weer in de auto, en ik zag twee oude mensen langs komen. "Wacht," riep ik, "dat is Tante Joek." En ja, het was inderdaad Tante Joek. Ik stapte uit en Tante Joek begon onmiddellijk te zoenen en te huilen. "Ach, Ger," zei ze. Tante Joek is altijd de enige geweest die 'Ger' mocht zeggen. Ik stelde David voor en ineens besefte ik dat Tante Joek ook in Juni zit. Ze is ongelofelijk lief. Het werd allemaal een tikje gecompliceerd, vond ik. "Dat is mijn hond," zei ik toen maar, wijzend op Jasper die op de achterbank stond, zijn neus tegen het raampje.
Onderweg terug naar Amsterdam reden we nog even de Nieuwesluis op om naar de Pishoek te kijken. David probeerde weer een paar foto's te maken, wat pas lukte toen ik het knopje op 'camera' had gezet. "Ja maar dat tekentje is rood," zei hij, "en rood is toch niet goed, of het betekent 'uit'?" Het was er erg mooi, ik denk dat de wind gister uit het oosten kwam; het was kraakhelder. Toen ik om half 5 weer thuis was, ging ik op de bank liggen en viel ik meteen in slaap, en miste daardoor de finish van de Vuelta.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »