Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Jasper 68 - Eppie.
Ik haalde net een teek van Jaspers onderlip. Dat was een heel snuggere teek: nooit had de hond het diertje er zelf af kunnen knabbern. Maar gelukkig ben ik er dan om hem te verwijderen. Daarvoor liepen we ons ochtendrondje, zónder lijn. Dat rondje komt langs de Hundeschule, die onderaan de heuvel ligt. De ene hond die er nog over is, liep per ongeluk los. Eppie heet ze. Jasper en Eppie gingen vechten. De man van Hundeschule Streifenberg kwam omhoog. Eerst woonde zijn vriendin daar, maar ze zijn van huis gewisseld (eerst tikte ik "hebben ze van huis gewisseld", en ik besefte dat dat Duits is), zij woont nu in Münstereifel, hij hier. Ik vergeet steeds aan hem te vragen hoe hij heet. We spraken, de honden bleven om elkaar heen draaien, lippen opgetrokken. Maar vooral ook bleef Jasper daar. Hij rende niet keihard weg. We liepen rustig samen verder. Verderop liep een ree in het bos, en dat is nog steeds - na trouwens slechts vijf dagen van Jaspers volgen - een breekpunt van ons samenzijn. Ik liep gewoon verder en kwam thuis. Daar stond hij trouw te wachten op het nieuwe terras.
Ik kan het nog steeds niet goed geloven. De afgelopen twee nachten heeft hij ook niet meer gepist, mogelijk is alles nu weer tot rust gekomen. Gisteravond, het was te donker al eigenlijk, raakte ik hem onderweg kwijt, of raakte hij mij kwijt. Ik dronk buiten nog een whisky, ik rookte nog een sjekkie en ging toen naar bed. Maar niet dan nadat ik de deur van de Hauswirtschaftsraum opengezet had en er het kleine lampje aangeknipt had. Om 03:00 uur werd ik wakker; ik had tijdens een barbecue bij Boekhandel Bloemendaal te veel vlees gegeten en te veel witte wijn gedronken, en dan wordt ik altijd zwetend wakker, onrustig. Ik ging naar beneden, naar buiten. Jasper lag keurig in zijn mandje, zachtjes slaand met zijn staart. Ik knipte het lampje uit en ging weer naar bed. Slapen.

Lavatera
'Ich bin entauscht,' zei ik tegen buurman Klaus gisteren. Eindelijk supersnel internet maar so what? Het voelde een beetje als de eerste keer op het ijs, in oktober. Ik wilde en verwachtte dat dat lastig zou zijn, moeilijk. Niks ervan, ik schaatste weg alsof ik niet zes maanden lang geen ijzers onder had gehad. Dan was ik ook altijd teleurgesteld. Wel kan ik eindelijk gewoon met mijn Apple mail mailtjes beantwoorden, dat kon namelijk niet omdat de KPN-server voor uitgaande mail niet werkt als je niet aan het KPN-modem hangt. Ik gebruik nu de server van Telekom, werkt als een zonnetje. En ik wilde via de livestream van de NPO naar de Tour kijken maar dat ging niet wegens rechtenkwesties die te maken hadden met mijn geografische locatie. Dat viel vies tegen. Dan kan ik komende winter dus ook niet naar allerlei schaatswedstrijden kijken. Maar ik kreeg al tips van mensen om dit probleem te omzeilen.
Jasper drijft me tot wanhoop. Gisteren piste hij tot drie keer toe in huis, steeds op een ander kleed. Vanochtend liepen we samen, zonder lijn, in de tuin omhoog. Vanaf dat moment is hij een half uur lang bij me gebleven. Wel steeds weg, het bos in, de wei op, maar steeds achterom kijken waar ik bleef. Een half uur lang! 'Goed zo!' riep ik steeds. Toen was er een ree. Op de terugweg, alleen, ging ik koffiedrinken bij buurvrouw Waltraud. Daarna liep ik, zo nu en dan fluitend, naar huis en toen ik door het bos omlaag liep, kwam Jasper me op de tuintrap tegemoet. Wat is er gebeurd? Is dit een doorbraak? Ik mag het hopen. Maar heb ik dan nog wel een hek nodig?
Ik voel me rottig, in het Privédomeindeel ben ik over mijn Leeuwardenperiode aan het schrijven. Dat moet van mezelf. Maar blij word ik er niet van. Op de afbeelding de tuinstoeltjes die ik onlangs kocht bij de Hela, op één ervan zat vanochtend Boekhandel Bloemendaal. Ze kwam me een Lavatera brengen.

Update.
Jasper is ziek geweest, heeft een spuit en pillen gekregen tegen Blasenentzündung en is nu - meen ik - weer beter, al vond ik vanochtend weer een vochtige plek op zijn kussen op de bank. Momenteel is hij de hort op, ik had verschrikkelijk géén zin met hem te gaan lopen. Iedereen, alle buren, hebben inmiddels internet. Ik niet. Er was hier geen telefoon, waarschijnlijk meer dan 30 jaar niet geweest. Er moest een kabel worden opgegraven in mijn oprit (graafmachine, twee mannen in oranje pakken) en dat is gelukt en die is aangesloten op een nieuw stuk kabel en die kabel is in een kastje gegaan die in de Hauswirtschaftsraum hangt. Zo ver zijn we al. Met de tuin gaat alles prima, het wordt hier steeds mooier en voller en bloemrijker. Met mij gaat het ook goed, ik overleefde gisteren honderden razende wespen wiens nest ik verstoorde bij het uittrekken van een sparretje in het bos. Het deed wel erg zeer en sommige delen van mijn lijf zwollen nogal op.
De ene reden dat ik hier vrijwel niets meer plaatste lag in het hemeltergend trage internet. Een andere reden, die ik tot nu toe geheim had gehouden omdat ik dacht dat het geheim wás, is Privédomein. Én weblog, én column in Trouw én schrijven aan een dagboek voor de Arbeiderspers, dat was en is een beetje te veel. Vooral ook omdat ik de dingen niet wil laten overlappen. Gisteren zag ik op Twitter ineens allerlei fijne berichten dat mensen zich verheugden op het Privédomeindeel, waaruit ik opmaakte dat de Arbeiderspers dat op hun website had gezet of op een andere manier had bekendgemaakt. Ik zit op 75.000 woorden en ga door tot begin december. Dan kan er heel veel geschrapt worden. Of bijna niets en dan wordt het een heel dik Privédomeindeel. Eén iemand heeft via whatsapp al laten weten dat ze bijna overgeven moest van de titel Jasper en zijn knecht. Daarvoor is deeltijdbuurman Willi verantwoordelijk. Eergisteren riep hij me zelfs toe dat als ik mijn Chef zocht, die in de buurt van het huis van Max te vinden was. Op de afbeelding het eerste omslag, met simpelweg DAGBOEKEN er op.

Geen grutto's.
Onlangs schreef ik over heimwee naar Waterland. Gisteren kwam het ervan. Nadat vriend H. en ik twee oeroude jeneverbessen (de gecultiveerde 'Horizontalis') tot prachtige parasolboompjes hadden gezaagd en gesnoeid in zijn voortuintje, zetten we hondje Bas en Jasper in de auto en reden we naar de Volgermeerpolder. Het regende. Dat maakte me allemaal niks uit; het was zo lang geleden dat ik regen gevoeld had, dat ik me graag zeiknat regenen liet. En (bijna) alles wat ik me wensen kon was aanwezig. Ongelofelijk veel gierzwaluwen. Die vlogen heel laag - slecht weer - en botsten soms bijna tegen ons op. Twee kluten, heel veel tureluurs, kievieten, scholeksters, een paar lepelaars, mooie eendjes. Een grutto heb ik gezien noch gehoord. Zijn die dan nu écht verdwenen uit Waterland? Nee toch? Op een weiland langs het nieuwe park liepen wel vijftig paarden. En het regende maar. Ik kreeg zin om mijn kleren uit te trekken en te gaan zwemmen. Dat heb ik niet gedaan. Jasper ging achter konijntjes aan. Ik dus ook, want van de lijn kan hij nog steeds niet en ik gun het hem zo te rennen. Hondje Bas moest en zou steeds op een dusdanige manier langs me heen dat ik aldoor over zijn rode lijn moest stappen. Vriend H. had tot drie keer toe ergens gelijk in. Dat was wel een beetje ergerlijk, maar ik genoot zo van de regen dat ik het hem snel vergaf. We hebben geen enkel nest vertrappeld. Jasper en ik moesten nog van H's huis terug op de fiets. Nog steeds regen. Omdat ik er zo van genoot, deed Jasper ook alsof hij het helemaal niet erg vond.

Geen enkele reden tot klagen
Ik had me Per Petterson voorgesteld als een rijzige, rustige Noor. Hij bleek een klein, nerveus mannetje dat liever geen lezingen doet omdat hij zich dan altijd zo opwindt. Ik was juist de lange, bedaarde Nederlander. Hij liet me een foto zien van zijn kat: een verfomfaaid kleedje waar nodig de stofzuiger overheen moet. 'Waar is zijn kop?' vroeg ik. Hij wees het nog aan ook. Een dag later liet ik hem een foto zien van Jasper. Daar was natuurlijk niets negatiefs over te zeggen, wat hij dan ook maar naliet.
Juni is bijna uit in de UK. In Ierland lagen al stapels in boekhandels in Dublin en Galway. Ik had een buitengewoon geslaagd toertje. Vaak is het zo dat je je erop verheugt. Niet zozeer het werk, maar de plaatsen waar je heen gaat. Bekende plaatsen. Dublin, Hay-on-Wye; de veerboot tussen Dublin en Holyhead; de aankomst met de trein in Hereford. Ook best vaak valt het tegen, is het allemaal helemaal niet leuk. Op de een of andere manier klopte nu alles, ik had slechts één kink in de reiskabel: de veerboot deed er een half uur langer over om de Ierse Zee over te komen. In Dublin was iedereen gay: een overgrote meerderheid van de Ieren had 'Yes' gestemd in een referendum inzake het homohuwelijk. De aartsbisschop van Ierland was gedwongen in de krant te laten optekenen dat de katholieke kerk zich moest beraden. In de zin van: hun standpunten overwegen. Ik raakte flink beschonken zondagmiddag en zelfs nogal bonkige taxichauffeurs spraken hun goedkeuring en trots uit.
In Hay-on-Wye werd ik ondergebracht in één van de mooiste B&B's van de hele streek en speciaal voor mij woonde daar een fijne hond, Olive. Ik liep een kilometer of drie van Offa's Dyke Path. Het was prachtig weer: zon en wolken en een graad of 16. Schapen, kano's op de Wye en Anne Enright die geweldig voorlezen kan. Zelfs Londen was oké. Ik merkte dat ik het lopen met Jasper miste, dus ik ging alleen lopen. Naar de National Portrait Gallery. Ik verdwaalde niet één keer. Het was fijn Stuart Williams van Harvill-Secker weer eens te zien. Het omslag van June is prachtig: geen hardback maar French flaps. Er is al één juichende recensie binnen. Ook de terugreis verliep als een zonnetje. Er was en is werkelijk geen enkele reden tot klagen.

Zwarte ooievaar
Of ik al was geneutraliseerd tot Duitser, wilde net iemand hier voor de deur weten. 'Nee,' antwoordde ik, 'ik ben nog niet geneutraliseerd tot Duitser.' Vlak ervoor moest ik hem negeren toen hij langs me liep omdat Jasper net bezig was met een andere halve reu, en dat ging erg goed. 'Ik zie je hoor,' riep ik zijn rug nog achterna, 'maar ik moet hier even mijn aandacht bij houden.' Het baasje van de andere hond - naam vergeten - was vrolijk 'Ha, Jasper!' roepend aan komen lopen. Waardoor ik - zie het vorige dingetje - natuurlijk weer ontroerd raakte.
Ik ben even een paar dagen waar ik niet hoor te zijn. In Amsterdam. Terwijl ik aan het mountainbiken zou moeten zijn in de buurt van de rivier de Lahn in Duitsland. Dat komt omdat mijn oudste broer me 'vergat' langs te halen. Dat zijn interessante dagen, dagen waarop je bent waar je niet hoort te zijn. In zulke dagen kan er van alles gebeuren. Niet dat er tot nu toe al iets gebeurd is, maar je kan nooit weten. Ik ga in elk geval de keukenkastjes uitsoppen. Sinds ik in de Eifel woon, laat ik de boel in mijn Amsterdamse huis nogal verslonzen, terwijl de huur elke juli met enorme sprongen omhoog gaat. En ik wil Waterland in. Eergister kreeg ik ineens nogal heimwee naar Waterland, waar nu natuurlijk de grutto's, tureluurs en kievieten rondscharrelen en om het hardst hun eigen naam roepen. Misschien had ik die heimwee zonder het te beseffen al eerder en heb ik daarom een deel van de bomenrij aan de overkant van de weg in de Eifel omgezaagd, zodat ik vanuit de keuken en de tuin zicht kreeg op het weitje dat achter die bomenrij ligt. Een weitje waar ik weliswaar nooit grutto's, tureluurs of kievieten zal zien, maar toch. Er cirkelt regelmatig een zwarte ooievaar rond, in steeds kleiner wordende kringen, zodat je de hoop krijgt dat-ie op je dak gaat landen.
En ik fiets even naar de Intratuin aan de Nobelweg, om te zien of ze daar moestuinzaden verkopen. Ik heb nog sperziebonen nodig. En als het lukt, rode en gele snijbiet. Vanaf 15 mei kunnen er dingen de grond in. Eindelijk.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »