Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Slapen, ademen en kriebelen - Jasper 62
Gisteren - ergens voorbij AC restaurant Nederweert, waar we iets aten en koffie dronken - dommelde ik op de passagiersstoel een beetje in. Toen ik weer wakker werd, besefte ik dat ik niet meer hyperventileerde. Zo zie je maar weer: slapen is goed voor werkelijk alles. Dat hyperventileren doe ik al sinds ik me kan heugen, als heel jong jochie deed ik het al, hoewel in die tijd het woord hyperventileren nog niet eens was uitgevonden. Hooguit zei mijn moeder dat haar derde zoon "wat zorgelijk" was. Ineens schiet mij een beeld te binnen van een verjaardag in het grootouderlijk huis. Ik met mijn hoofd op mijn armen, de armen op het gepolitoerde mahoniehout van de nette tafel. Dan had ik "last van mijn blindedarm", dat heb ik een hele tijd gehad. Domweg hyperventilatie, maar vooral natuurlijk ook een manier om me grondig te onttrekken aan het veel te warme en talrijke gezelschap, de gesprekken, de koffie met een velletje. Het jochie dat ik toen was vond het blijkbaar niet veilig genoeg daar. Mogelijk had ik weer eens naar de handen gekeken van één of andere oom, en had die aanblik onbegrijpelijke gevoelens bij me losgewoeld. Zo onbegrijpelijk dat welke vraag, van wie dan ook, bedreigend was. Ik weet het allemaal niet precies. Ook heb ik - dat was later - maandenlang met mijn neus getrokken, als een zenuwachtig konijntje. Daar ben ik flink om uitgelachen.
De laatste tijd betrap ik me opnieuw op hyperventilatie, na er een hele tijd geen enkele last van gehad te hebben. (Ik denk trouwens dat Jasper ook last heeft van hyperventilatie. Hij kan soms zomaar minutenlang keihard slikken, op niks af, ik bedoel: zonder dat hij iets aan het eten is. Maar dat even daargelaten.) Pauline Slot, de chauffeuse, zei 'O jee', toen ik haar vertelde wat me net was overkomen. En ook vroeg ze: 'Heb je dan nu geen plastic zakje nodig?' Nee, zei ik, nee, juist niet. Ik schrik er niet meer van, ik ken het, het is allemaal niet erg. Het is zelfs goed. Het betekent meestal dat er "iets komt". Ja, vaag allemaal, maar beter kan ik het niet omschrijven. Er is onrust, maar een goeie onrust. Er is een niet-begrijpen, maar dan een niet-begrijpen dat eigenlijk zo wil blijven. "Wat dan?" wilde Pauline Slot weten. "Ach," zei ik. En even later zei ik ook nog: "Ik heb werkelijk geen enkele ambitie." Dat had er ook mee van doen, al begrijp ik nu niet meer wat dan. Jasper lag intussen heerlijk te knorren op de achterbank. Die heeft als geen ander begrepen dat slapen goed is voor of tegen werkelijk alles.
Op de afbeelding een moment dat een soort van hyperventilatieachtige sensatie teweeg kan brengen; een vreemde kriebel in de buurt van de huig, nauwelijks weg te slikken. Maar die kriebel is van liefde.

Wonderlijk tuingereedschap
Straks - om precies te zijn: om 17:00 uur - word ik verwacht bij buurman Max en buurvrouw Margret. Die zijn namelijk binnenkort 50 jaar getrouwd. Dan is er een groot feest bij Geimer in Plütscheid, zoals alle grote feesten hier bij Geimer in Plütscheid gehouden worden. Als ik eens reden heb voor een groot feest, dan zal dat ook bij Geimer in Plütscheid zijn. Daarvoor ben ik niet uitgenodigd. Vanmiddag is het om de buren te doen. Ik neem aan, gezien het tijdstip, dat er iets te eten is. Ik kocht een blauwe Hortensia voor ze, domweg omdat er in hun tuin (typisch Duits: erg veel verharding, steentjes, een enorme moestuin en een enkele roos en struik) geen blauw te bekennen is. Eigenlijk wilde ik voor die tijd nog even door met de laatste terrastuinmuur, maar het begon net te stortregenen en te onweren. Nu schijnt de zon alweer volop, maar zit ik te tikken en omdat ik aan het tikken ben, ren ik niet meteen naar buiten om de troffel en de borstel en het voegmes in de hand te nemen. Morgen. Morgen is het zondag en dan mag je werken, mits je geen lawaai maakt. Bomen omzagen op zondag, dat zal echt niet gaan. Maaien misschien nog net, aangezien ik dat met een handmaaier doe, en die maakt een heel beschaafd en melancholiek 'kkkrrrr'-geluid. Mijn opa had er een, vandaar dat ik er nu ook een heb. Soms is het 'kkkrrr'-geluid weg en dan moet je twee schroefjes aandraaien zodat de maaimessen weer tegen het maaiblad aan lopen. Dat vind ik het mooist aan een handmaaier: het ding móet aanlopen, anders doet-ie het niet goed. Welk ander gereedschap heeft dat nou? Dat moet juist gerepareerd als het wél aanloopt. Wonderlijk.
Gisteren en vandaag timmerde ik weer eens een tafel. Ik schroefde stukken larikshout die over waren van de balkonvlonder in een willekeurig verband op een stuk spaanplaat. Daar bevestigde ik bij gebrek aan voldoende balkjes geen poten onder, maar ik maakte een bak van vurenhouten planken die ik nog steeds heb van de voormalige sauna en het resultaat is verbluffend: als je zo'n tafeltje (het weegt al snel een kilo of 40) bij een of andere designwinkel in Amsterdam zou moeten kopen, ben je zo 250 euro kwijt. Ik doe er even een afbeelding bij. Zometeen snel douchen en nette kleren aan. Ik weet nu al dat iedereen op het burenfeest van Max en Margret de godganse tijd Eifelisch gaat praten, dus ik heb de tijd om eens rustigjes na te denken over het een en ander. Jasper blijft thuis.


Hout van Herr Arnoldy
Vanochtend heb ik de kachel in de schrijfruimte voor het eerst aangemaakt. En in de Eifel geldt: pas als in een ruimte de kachel voor de eerste keer brandt, is de ruimte ingewijd. Buiten lichte regen, herfstig, beneden de 20 graden, de kersentijd is allang voorbij, de pruimentijd is aangebroken, ik mocht zojuist een handje pakken uit de emmer die buurman Max geraapt had. De kachel lijkt het goed te doen, maar het duurt altijd even voor je een kachel doorhebt. Hoe moeten alle dingen die in een stand kunnen staan? Deze Werkstattofen is smal en tamelijk hoog, dus de houtblokken die er in gaan, kunnen niet te groot zijn. Onlangs kwam ik terug thuis met Jasper en daar zat Herr Arnoldy uit Schleid. Dat is mijn houtleverancier. Hij zat met zijn armen over elkaar op de tuinbank. Hij kon zo naar binnen, zei hij, de deur was open. Dat klopt, zei ik. Hij kwam me even melden dat ik dit jaar wél op tijd moest bestellen, want vorig jaar was ik (begin november) veel te laat. Voordeel daarvan is, vertelde hij, dat ik dan kan kiezen wat voor hout. Groot, klein, dik, dun. Norsig zei hij het, vorig jaar was hij kwaad op me, wegens dat late bestellen. Ik beloofde dat ik ruim op tijd zou bellen.
David Colmer mailde. Wat te doen met de naam van de hond uit Juni? Die heet Does en does is in het Engels 'doet'. Dat wist ik even niet. Hebben ze in het Verenigd Koninkrijk ook een aap-noot-mies-plank? En zo ja, wat is daar dan de naam van de hond? Ook moesten de eigennamen Harm en Grin maar beter sneuvelen, want 'schade, leed' en 'grinniken'. Het is wat, een boek van het Nederlands naar het Engels vertalen.
Daarnaast heb ik - vooral ook voor mezelf - verheugend nieuws. Na de zomer (maar wanneer dat precies is, is me nog even onduidelijk) schrijf ik elke week een column in Trouw. Ik heb wel verzocht of ik mijn onderwerp dan mag 'verbreden' want elke week een column over de tuin - zeker nu herfst en winter naderen - is misschien een beetje te veel gevraagd.
Inmiddels ben ik toe aan aflevering 8 van de 11 delen Heimat. Matthias Simon is dood. Dat is jammer want die liep altijd te roepen dat het ging regenen danwel onweren omdat zijn keldertrap nat was. Zo vaak deed hij dat, dat de omstanders begonnen te roepen: "Hou toch eens op met je keldertrap, man!" Hij heeft wel gelijk. Ik kan aan mijn huis ook voorspellen of het gaat onweren.

In de Eifel gebeurt altijd wat
Afgelopen vrijdag was Eimer Wierdraaijer hier om me te interviewen voor het blad Onze Hond. Dat duurde één kop koffie en een puddingbroodje. Hij maakte ook foto's, twee ervan heb ik kunnen openen nadat hij ze me via de e-mail opstuurde. Die zijn erg mooi, met natuurlijk Jasper in de hoofdrol. Jasper is aan het herstellen van een enorme ontsteking, veroorzaakt door een teek in zijn lies, die ik wel zag, maar die ik niet op tijd verwijderd heb. Hij heeft de ontsteking (ik vind het Engelse woord boil daarvoor altijd erg beeldend) zelf kapot gelikt en nu likt hij de wond. Als we net op pad zijn, likt hij fanatiek: dan trekt het enorm, ik kan dat wel navoelen. Op vrijdag was hier ook de jonge timmerman van een dorp verder. Samen maten we het balkon op (2,80 x 4,95) en samen rekenden we uit hoeveel larikshout er nodig was om het te bevlonderen. Ik keek naar zijn handen, zijn timmermansbroek, het kromme Afrikaans-achtige sierding om zijn nek, de manier waarop hij zijn sigaretten aansteekt, de manier waarop hij unverschämt lachen kan. Het hout kan vanaf woensdag geleverd worden. Ik ga het leggen met mijn Duitse broertje en zijn zoon. Ik moet het over de dakrand laten steken (de planken zijn 3 meter lang), en dan komt de jonge timmerman met zijn wonderzaag en hij zal het kaarsrecht afzagen, in een paar minuten tijd. Zei hij.
Afgelopen week was het hier sowieso een soort B&B. Er kwam van alles en iedereen langs, ook onverwacht, mijn zus bijvoorbeeld, die belde op vanuit de auto in de buurt van Stuttgart. Ze waren onderweg van Italië naar huis, konden ze misschien...? Natuurlijk. Van Anja en Sake kreeg ik allerlei typisch Friese lekkernijen, die ik afgelopen weekend weer onder de neus van Euf Lindeboom en Kees 't Hart kon zetten, die hebben immers jarenlang in Leeuwarden gewoond. Euf en Kees kwamen het schilderij van de schuur brengen dat ik van Euf kocht. We hingen het op (maar niet nadat ik het urenlang in hun auto wilde laten staan), en ik kan het nu niet zien want het hangt achter mijn rug (zie afbeelding voor detail). Kees en Euf vonden de droge worst met kruidnagel en de Fryske dúmkes erg lekker. Ook vonden ze de rode wijn erg lekker en de snijbiet uit eigen tuin ging er eveneens gretig in.
Gisteren regende het nogal een tijd. Om een uur of zeven stopte ik de eerste van zes Heimat-cd's in de MacBook. Godsamme, wat was en is dat toch een magistrale serie. Nu elke dag een cd. Om kwart over negen hing er een spookachtig oranjegeel licht in de tuin. Het wordt herfst. De gierzwaluwen zijn vertrokken, de vlierbessen beginnen te rijpen. Eind september het Hay-festival in Segovia met Jésus Carrasco en dan is het oktober. Tijd om de Werkstattofen aan te steken en de hele herfst en winter brandend te houden.

Barbecue met zonnebril - Jasper 61
We doen tegenwoordig aan survivaltochten, Jasper en ik. We stappen waar het kan in de Nims en lopen dan tot er een obstakel is of de rivier te diep wordt. Soms moet hij zwemmen, meestal springt hij door het ondiepe water heen. Ik heb (slappe) schoenen aan, anders gaat het niet. Onlangs deed ik het met een vriendin en haar twee kinderen en zij vonden het geweldig, vooral waar er een stroomversnelling was of als het diep werd. Sindsdien stappen we in elk beekje dat we maar tegenkomen. Jasper hoeft dan niet - zoals honden dat doen - met zijn tong water naar binnen te slebberen; hij doet zijn bek open en laat het water binnenstromen.
Niemand van de buren gaat op vakantie. Buurman Max maait nog meer dan anders, als je die zijn gang laat gaan, zou hij zelfs ongevraagd mijn gazon maaien. Er is mij verteld dat het woord Rasen in de Eifel niet bestaat, het zijn Wiesen. Maar ik blijf mijn best doen en als er geen vervuilende bouwvakkers zijn heb ik het allemaal aardig onder controle. Vandaag tik ik dit met Jasper ín de schrijfruimte, hij is tijdens het ultrakorte stukje tussen huis- en schuurdeur niet ontsnapt. Hij staat nu op het balkon, over de rand naar beneden te kijken: spring ik of niet? Ik zou het niet doen, tweeënhalve meter lijkt me net iets te diep. Dat is vreselijk voor hem, want de kat van buurman Klaus zit hem uit te dagen.
Eergisteren zagen we een zwarte ooievaar op een boomstronk zitten en een stukje verderop vingen bonte vliegenvangers vliegen boven de visvijvers. Sinds daar een nieuwe pachter is, ziet het er picobello uit, maar heb ik er niemand meer zien vissen. Daar gaat iets niet helemaal goed. Ergens in het midden van niets stond een barbecue. Er lag een zonnebril bovenop. Jasper vond het doodnormaal.
Ik weet inmiddels hoe het kan waarom mijn huis nummer 4 heeft terwijl het het zesde huis op het rijtje is. Er is een nummer 1a en eveneens een nummer 2a, die twee huizen zijn veel nieuwer dan de andere huizen. Buurvrouw Weiers is nummer 3. Buurvrouw Weiers ligt voor de tweede keer in korte tijd in het ziekenhuis in Prüm, waar ze gevallen is en haar borstbeen heeft gebroken. Zo zie je maar weer: blijf thuis.

Nog geen rijles
Hoe makkelijk is het hier stilte te laten voortduren. Een week of drie, weken waarin natuurlijk van alles gebeurd is, en niet gebeurd, maar des te langer je niet schrijft, des te moeilijker het is plompverloren te beginnen met bijvoorbeeld "Vanochtend om een uur of zeven - het was nevelig - stuitten Jasper en ik op een kudde van het een of ander. Eerst dacht ik aan herten (het zijn hier meestal reeën), maar toen zag ik de gedraaide hoorns van de twee rammen. Moeflons." We waren zo vroeg omdat het huis verputzt werd. Ze waren om zes uur begonnen. Inmiddels is de rekening al binnen. Ik zie de aannemer en mezelf nog aan de keukentafel zitten - de kachel brandde, het werd rond zessen al donker - om de werkzaamheden en kosten te bespreken. Hij noemde een bedrag. 'Nou vooruit,' zei ik dreigend, 'maar dan is 4000 echt de absolute bovengrens. Inclusief Mehrwertsteuer natuurlijk!' Als de rekening dan 3999,99 bedraagt, vertrouw ik het voor geen meter. Jullie?
De werkzaamheden hielden onder andere in dat alle ramen met folie werden afgeplakt. Ik heb aan één kant van het huis ramen en er is geen achterkamertje. De folie moest een week blijven zitten, want dan kwamen ze de definitieve Putz aanbrengen. Als je ze dan zegt dat je onder geen beding geen week in een gevangenis gaat zitten, kijken ze je wazig aan. Geen idee, die bouwvakkers. En maar troep maken en het gazon vernielen. Ik wist niet waar ik kruipen moest, en door dat letterlijk niet weten waar te kruipen, kwam op de een of andere manier mijn figuurlijke niet weten waar te kruipen naar boven, en dat zorgde voor een crisisje. Gelukkig sneed de jongste bediende (op de afbeelding loopt-ie net langs het folie voor het keukenraam) de kabel van de schotel naar de tv door, waardoor ik kon ontploffen en eindelijk eens oprecht en voluit heel wat keren Scheisse! kon roepen en op hoge toon eisen dat het unmittelbar in orde diende te komen, want ik moest en zou de Tour kijken. Ik wilde alles verkopen, en wel meteen, of gewoon achterlaten, kon me geen reet schelen, en de hond hardvochtig naar de paardenman in Schönecken brengen. Ik besefte dat ik een huis had gekocht, was gaan vliegen en mezelf een hond had aangeschaft in een periode dat ik fijne pillen slikte. Nu moet ik dat allemaal geheel en al als mezelf maar zien te trekken, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Dat ik nog steeds niet de Fahrschüle heb gebeld, is dan ook niet echt een heel groot wonder.
Morgen meer. Over de avonturen die Jasper en ik beleven. Kan ook overmorgen worden.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »