Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Weert - Utrecht - Amsterdam
Een zeer voorspoedige reis hadden Jasper en ik vandaag. We vertrokken in een auto om elf uur. Het bezoek had eerder op de ochtend geprobeerd hem uit te laten, wat niet lukte, want hij weigerde een stap te zetten. Hij wou mij. Dus heb ik me maar weer nat laten regenen. We deden allebei een tukje in de auto. We werden afgezet in Weert. Daar waaide het enorm hard en we hadden nog een kwartiertje om even te lopen. Jasper moest schijten en deed dat keurig achter een NS-gebouwtje. Hij schijt tegenwoordig weer 4 keer op een dag, ik vermoed dat hij wormpjes heeft, hij valt nogal af. Toen in de trein naar Utrecht, in zo'n fijne trein waar balkons zijn met een tweezitje dat uitkijkt op de wand ertegenover, een klein raam rechts. Ik op de ene stoel, Jasper op de andere stoel. In Utrecht zonder problemen overgestapt. We zaten tegenover een Marokkaans meisje. "Je hebt het niet zo op honden, hè?" vroeg ik. Ze keek naar Jasper en sprak de volgende raadselachtige woorden: "Ik heb niet zo veel met ze, en ik heb ook niet veel zonder ze." Daarna ging ze, tot grote opwinding van de hond, haar nepwimpers opkrullen met een soort tang. We liepen van Amsterdam CS naar huis, waar we om vijf over half vier aankwamen. Snel boodschappen gedaan (boerenkool met worst en rode wijn, een van mijn lievelingsmaaltijden) en op tijd languit op de bank om Escape to the Country te kunnen kijken. Jasper kreeg extra lekker eten, met nattigheid van Pedigree uit een blik, Eukanuba brokken en twee ontwormingspillen, die ik rond kwart over vijf gekocht had bij de dierenwinkel. (Over drie weken nog twee, om de eitjes van de wormen te doden.) Daarna ging hij verlangend zitten toekijken hoe ik mijn boerenkool wegwerkte. En nu is het 20:58 uur. Ik luister naar de 6e van Beethoven, want kreeg de vraag daarover iets te schrijven. Dat is de Pastorale en de vraag die bij de vraag kwam, was 'waarom gaat zo'n Beethoven nou ineens iets over de natuur componeren?' Tja. Het was een welbestede dag en dan krijgt Jasper straks nog een verrassing ook, want vriend Henk komt om half tien langs. Jasper is gek op visite, vooral op de bel die de visite aankondigt, dan weet hij van opwinding niet waar hij kruipen of springen moet.

Neusgat
Jasper komt normaal gesproken om een uur of half 8 mijn slaapkamer in. Een wekker heb ik niet nodig. Dan springt hij op bed en kruipt onder het dekbed. Afgelopen nacht werd ik wakker omdat hij zich keihard uitschudde. Dat maakt in een stil huis een enorm kabaal. Ik hoorde hem bij de slaapkamerdeur scharrelen. 'Kom maar,' zei ik. Hij begon te piepen. De deur staat altijd op een kier, maar blijkbaar was de kier vannacht kleiner dan gebruikelijk en die drol begrijpt blijkbaar niet dat de deur, door er tegen te duwen, vanzelf verder opengaat. Dus ik uit bed, de deur open, hij erin en voor ik weer in bed kon kruipen, lag hij al. Ik keek op mijn telefoon. Kwart voor 5. Ik hoop niet dat hij dat nog eens doet, want slapen met zo'n beest in bed valt niks mee.
Ik lig hier meestal voor elven in bed en sta voor achten op. Dan heb je het meest aan de korte dag. Vandaag rooide ik een zieltogend buxushegje langs het keukenterras en zette er tien rode beuken voor in de plaats. Die buxussen hebben waarschijnlijk de gevreesde schimmel, en toch pootte ik ze in het bos op een kluitje weer in de grond. Ver weg van de buxusboom die tegen de westgevel staat. Die is namelijk meer dan 100 jaar oud en het is niet de bedoeling dat die er ook aangaat. Al dagen grijs weer, en een graad of 3 à 4. 's Nachts niet meer dan een graadje vorst. 's Ochtends is het in de keuken 15 graden en na een uurtje stoken 20. In de schrijfkamer warmt het snel op, na een half uur kan ik er prima zitten. Dan merk je het verschil tussen het oude en het nieuwe huis.
Vorige week was ik bij de huisarts voor een suis in mijn oren. Die suis is afgelopen zomer begonnen en is onaflatend. Niets aan te doen, zei ze. Het is het gevolg van een slechter wordend gehoor, en dat je hersens dat nog niet doorhebben, en die gaan dan compenseren. Schijnt vanzelf over te gaan.
Vandaag maakte ik foto's van paarden, voor Bas van Putten op facebook. Hierboven een neusgat van een paard. Heel zoet.

Oudoom
Jasper en ik staan op het punt weer naar Schwarzbach te vertrekken, na maar liefst zes (6) dagen Amsterdam. Verder geen nieuws, buiten dat ik oudoom ben, sinds zondag. Dat is een vreemde gewaarwording: al mijn oudooms waren altijd al dood of bijna 100. Lejla heet het wurmpje, dat is een Bosnische naam. Nadat ik haar naam had uitgesproken, zei de schoonmoeder van mijn nichtje tegen me: "Jullie Nederlanders kunnen geen Bosnische namen uitspreken." "Waar is Jasper?" vroeg de kersverse moeder. Thuis, zei ik, die neem je toch niet mee op kraamvisite? Ze verslikte zich in de ravioli die haar schoonmoeder had gemaakt en dat was heel erg pijnlijk gezien een aantal hechtingen op een bepaalde plek. Bij thuiskomst bleek - het was een experiment - dat Jasper een bijna leeg pak koek van de tafel had gegrist en verslonden. Ik kan dus nooit meer iets op tafel laten staan, dat is wel duidelijk. Hij is nog niet begonnen met overgeven.
In de Eifel ga ik beginnen aan de boekenkast die langs de trap in de schrijfkamer komt, zodat er geen mensen in het trapgat vallen. Ook ga ik een paar buitenlantaarns in elkaar basteln, op facebook is mij gebleken dat je daar geld mee kunt verdienen en het is een werkje van niks. Het is daar net als hier koud, 's nachts vorst: dat wordt stoken. Ik hou erg van stoken, heb overal thermometers hangen om de temperstuurstijging in huis nauwgezet te kunnen volgen. Met een beetje geluk heeft buurman Klaus de houtkachel in de keuken een paar uur voor we aankomen al aangemaakt.

Overgeven
Jasper begon gisteravond met overgeven en daar is hij tot vanochtend mee doorgegaan. Vanmiddag poepte hij water, bruin water. Ik denk - alles lijkt nu weer rustig - dat het het gevolg was van het opvreten van 300 gram speculaas, nu drie dagen geleden. Duitse speculaas, die daar Spekulatius heet. Maar dat maakt voor zo'n hond niks uit natuurlijk. Ongelofelijk wat er uit zo'n dun beest kan komen. We zijn in Amsterdam, waar kots en hondendiarree lastig op te ruimen zijn. Niemand zag iets. We liepen snel door.
Nu ik het nawoord voor deel 3 van Het Bureau af heb en de Duitse vertaler Gerd Busse het aan het vertalen is, ben ik weer verslaafd geraakt en las gewoon door in deel 4. Ik zit een beetje op de wip: doe ik dit wel goed? Moet ik niet ook eerst weer deel 1 en 2 lezen? Maar dat is raar, zo na deel 3. En bovendien zit ik nu al in deel 4. Op de afbeelding deel 2, uitgegeven bij Verbrecher Verlag in Berlijn.
Met de therapeut - we zijn even 'in revisie' zoals hij dat noemt, zeker nu ik weer met de Citalopram begonnen ben - sprak ik vandaag over mijn weerzin jegens boeken, schrijvers, recensenten, eigenlijk alles wat maar met de 'literaire wereld' te maken heeft. En dat dat zorgt voor mijn niet-schrijven omdat die weerzin zich dan natuurlijk ook op mezelf richt, want ik maak hoe ik het wend of keer deel uit van die wereld. 'Hou toch op,' zei hij. 'Weerstand, dat is het, je kont tegen de krib.' Waarom bezig zijn met anderen en een buitenwereld? Richt je op wat je zelf leuk en fijn en plezierig vindt. Ja, meneer. Tot de volgende keer, meneer. Hijzelf doet er trouwens ook alles aan in zijn buitenhuis om eerst nog een nieuw vloertje te leggen voor hij zijn atelier in gaat...
Gisteren een wortelkanaalbehandeling ondergaan waar ik enorm tegenop zag. Ik heb bijna de hele rit vanuit de Eifel zitten slapen, want als je slaapt, ben je er even niet. Het viel uiteindelijk mee, vooral ook omdat ik voor ik ging liggen zei: 'Ik zie er heel erg tegenop.' Zoiets helpt echt. Ik lag evengoed wel bijna anderhalf uur bijna spastisch te slikken, maar wist dat als ik mijn hand maar op zou steken, ik overeind mocht komen. Vreemd, dit, mijn van een berg gevallen tandarts zei altijd tegen me: 'Ik wou dat al mijn patiënten waren zoals jij.' Omdat ik altijd zo lekker rustig soms wel twee uur lag, soms zelfs opschrok als ik hoorde 'Zo, klaar!' Ik mocht daar altijd mijn eigen muziek meenemen. Complete bruggen zijn er geplaatst op het Requiem van Dvořák. Maar de muziek bij de nieuwe tandarts bevalt me ook wel.

Contramine
Alles is hier zo fijn overzichtelijk en je weet vrijwel altijd waar alle mensen zich bevinden. Namelijk: thuis. Morgen wordt de as van Clemens (twee weken geleden overleden) bijgezet. Clemens was de oudste inwoner van de gemeente Feuerscheid, hij is 96 geworden. Nu is buurvrouw Weiers de oudste. Dakdekker Rudi is ook weer thuis, hij zag er een stuk beter uit. In het ziekenhuis zag hij geel. Ik dronk twee Bitburgers, vrouw Christa haalde op een gegeven moment een bordje met in kleine stukjes gesneden worst bij hem weg. Toen ik wegging zei ik: "Wir sehen uns." "Ja," zei hij, "wir sind nicht blind." Gisteren voor het eerst met Willy, de zoon van buurvrouw Weiers die haar door de week verzorgt, naar Prüm gereden om daar boodschappen te doen. Buurvrouw Weiers zelf zit me steeds als ik met Jasper langsloop driftig vanachter de keukenruit naar binnen te wenken. Dan zwaai ik vrolijk terug, maar loop stug door. Buurman Max kwam een paar dagen geleden eens bij me langs om van dichtbij te bekijken hoe de zaken er hier voorstaan. Het beviel hem.
Jasper is sinds een week in de contramine. Hij was ontsnapt en was vier uur weg. Tussendoor zag ik hem één keer. Eerst zag ik een ree de weg oversteken en kort daarom hoorde ik hem gillen en drie minuten later stak ook hij de weg over. [En voor hier weer boze reacties komen: reeën zijn prooidieren, die moeten af en toe in training daarvoor, ze moeten in vorm blijven, Jasper bewijst ze een dienst.] Toen hij thuiskwam was er geen land met hem te bezeilen. Er was iets gebeurd, ik weet niet wat. Hij knauwde heel agressief aan zijn poten, jankte onophoudelijk en schudde zich steeds keihard uit. Mand in, mand uit. Op een gegeven moment dacht ik dat iemand hem vergiftigd had. Later voerde buurdochter Irmgard hem veel te veel lekkers, terwijl ik zei dat dat niet mocht. Ook dat is niet goed voor hem: hij wordt gek bij het huis van buurvrouw Weiers en het huis van Rudi en Christa en thuis doet hij mij negeren omdat ik hem nauwelijks iets geef. Hij blijft halsstarrig in zijn mand in de keuken liggen, als ik me 's avonds boven zit te ergeren bij DWDD komt-ie niet meer naast me liggen op de bank. Dat is dus voorbij: niemand mag hem meer iets lekkers geven, dat is niet goed voor hem. Het blijft met die hond als met een opgroeiend kind: zo nu en dan is er een periode van stille strijd; een uittesten. Willy zei: "Het is een mannetje toch? Jij bent ook een mannetje. Jullie zijn af en toe aan het vechten." Zou het anders zijn als ik een vrouwtje was? Ik denk het niet eigenlijk.

De broek kapot
Gisteren was het hier stralend weer, ideaal om naar Bitburg te fietsen. Ik wilde naar het ziekenhuis, waar dakdekker Rudi al drie weken ligt, inmiddels zonder maag. Een deel van de route is fietspad, een pad dat niet parallel loopt aan de Nims en dus flink op en neer gaat. Een pad ook dat door boeren wordt gebruikt. In een scherpe bocht vlak voor Rittersdorf ging ik hard onderuit, vanwege prut op het wegdek. De grootste schade betrof mijn nieuwe broek, verder viel het erg mee. Ik kan erg goed vallen, al zeg ik het zelf. Ik ben ooit in een afdaling op de mountainbike - ook in Duitsland - meters door de lucht gevlogen. De fiets kon erna niet meer gebruikt worden, ik mankeerde niks. Rudi - kanker - zei dat ik me moest laten behandelen aan mijn bebloede hand. Hij zag een beetje geel en was enorm afgevallen. Ik vind het vreselijk dat hij kanker heeft, Rudi is een van de aardigste en liefste mannen die ik ken. Ik nam tien pronkbonen voor hem mee in een Umschlag. Die moet je in het voorjaar in de grond stoppen, zei ik. "Ze bloeien heel mooi rood, maandenlang." Terug nam ik de weg en legde de negentien kilometer in 50 minuten af. Aansluitend liep ik anderhalf uur met de hond. Daarna had ik een hongerklop.
Inmiddels motregent het. Buurvrouw Monica kwam Klaus halen die hier koffie zat te drinken. Hij kreeg op z'n kop, ze hadden allang op weg moeten zijn om boodschappen te doen. Ook zei ze dat ze helemaal somber werd van zulk weer. Ze wil vorst en zon en met kerst het liefst een halve meter sneeuw. Ik zei dat ik dit juist heel fijn weer vind. Dat ik de kachel in de schrijfkamer al twee uur geleden had aangemaakt. Dat ik achter de laptop wilde zitten. Ze vertrokken, Klaus nam de aanhanger waarin we een kuub zand hadden vervoerd handmatig mee. Die had twee dagen op mijn oprit gestaan, dat vond ik wel wat: het was net alsof het mijn aanhanger was. En nu zit ik dus in de schrijfkamer, Jasper ligt het nieuwe kleed stuk te bijten. Om het nawoord van deel 3 van Das Büro af te schrijven en een paar Jasper-dingetjes die in Amsterdam spelen samen te voegen voor een lezing in de Artisbibliotheek over een paar weken. Via twitter volg ik schaatswedstrijden in Japan. In Engeland lezen mannen The Twin en daarover wordt ook getwitterd. Het is hier nu 20 graden, Jasper ligt inmiddels op de bijtafel, met zijn kop op zijn voorpoten. Hij kijkt me dwingend aan.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »