Google
www www.gerbrandsdingetje.nl
Home | Nieuws | Boeken | Optredens | Archief | To international visitors page To international visitors page To international visitors page

Weblog van Gerbrand Bakker

Jasper 65 - voorlezen
Nadat ik vanochtend het opvanggezin van Jasper in Duitsland gemaild had met de stand van zaken en de vraag of hun opmerking dat Jasper 'nooit naar een Tierheim mocht, dan liever weer hier terug' nog steeds stond, ging ik net met hem lopen. Een rondje KNSM-/Java-eiland, een rondje vol drukte en honden, zeker met dit weer. Niet één (1) keer viel hij uit naar andere honden, zelfs niet naar de loebas van de Surinamekade die het baasje (WEG MET DE PONT! OVERLAST! STANK! op grote borden rond zijn schip en dan zelf met hond en scootmobiel die pont naar de overkant (het nieuwe Oostveer) nemen, zo een is dat er, uit Amerika) gewoon op de kade laat liggen. Dat lijkt een soort van patroon met die hond. Of ik schrijf iets positiefs, waarna hij onmiddellijk iets verkeerd doet, of ik schrijf iets negatiefs en dan doet-ie alsof hij de best opgevoede hond ter wereld is. Hij werd twee keer aangehaald. Door een meneer die bij zijn boot aan het zagen was en door een groenvoorziener die taxusloof aan het opruimen was.
Het is hier dus nog steeds wikken en wegen. Met goeie dagen en slechte dagen. Gister bijvoorbeeld was een slechte dag en ik kon wel janken, maar dat ging weer niet want ik moest een verhaal voorlezen op Read my World in de Tolhuistuin. Voor mij lazen Karin Amatmoekrim, Rashid Novaire en Auke Hulst. Ik merkte dat mijn pols raasde en ik een droge mond had. Godsamme, wat nu weer? dacht ik. Nou, zenuwen. Daarom permitteerde ik me voor ik las een opmerking over het interieur van de tuinzaal. Dat is een vierkante ruimte - behorend bij de voormalige kantine van Shell-personeel uit de toren - met aan drie zijden glas. Enorme ramen met zicht op het park. Bijna Japans doet het aan. Heeft iemand daar twee enorm grote spuuglelijke palmachtige kamerplanten in gezet. Die heeft het niet helemaal begrepen. Toen ik nog even verder dacht, besefte ik dat kamerplanten in een vensterbank eigenlijk ook nogal bizar zijn. De mensen in de zaal waren het wel met mee eens, geloof ik. Ik schonk rustig een glaasje water in tijdens de consternatie die na mijn opmerking volgde en kon lezen. En ik las. Daarna waren er biertjes.

Besloten
Zeer onlangs is Tante Jans overleden. In de tussentijd is ze nog een keer verjaard, wat betekent dat ze 105 geworden is. Ik kreeg het nieuws te horen van mijn Duitse broertje, die langskwam in de Eifel en mij bij het handenschudden "Gecondoleerd" toevoegde. "Wie is er dood dan?" vroeg ik, toch een tikje geschrokken. Ik had het kunnen weten als ik mijn voicemail afgeluisterd had, waarop mijn moeder het nieuws al ingesproken had. Nu is het jaren geleden dat ik Tante Jans gezien heb. Een van de laatste dingen die ik te horen kreeg van haar was dat ze Boven is het stil allemaal gelogen vond. En ik hoorde elk jaar de verhalen van haar verjaardag, waar mijn vader en moeder altijd kwamen, en ik stuurde haar mijn boeken op.
Tante Jans was de zuster van mijn oma. Ik zag haar dan wel nauwelijks, maar met haar dood is er een heel tijdperk verdwenen. Op de rouwkaart staat dat ze te zijner tijd bijgezet zal worden op het Militair Ereveld Grebbeberg. Daar ligt haar verloofde, die omkwam bij de slag om de Grebbeberg. Bij hoge uitzondering kan zoiets nog, 74 jaar na dato. Altijd alleen gebleven, Tante Jans.
Maar daar gaat dit dingetje niet over. Dit dingetje gaat over haar 'besloten uitvaartdienst'. Als ik iets vreselijk vind, is het wel een besloten uitvaartdienst. Dan krijgen we te maken met wat ik de hierarchie van het verdriet noem. Iemand besluit dat alleen die en die en die erbij mogen zijn. En die iemand gaat volledig voorbij aan wat er ook aan gevoelens leeft bij anderen; die iemand ontneemt anderen de kans - misschien wel het recht - om afscheid te nemen. Het heeft ook iets benepens, als de rolluiken in mijn Eifeldorp: als ik en Jasper 's avonds nog een rondje lopen, pieprammelen die dingen omlaag, soms zie je nog de buik van de persoon die aan de andere kant van de ruit aan het koord trekt. Lekker hermetisch afgesloten de nacht in. Waarom niet de zaal wijd open doen? Waarom niet wie wil binnen roepen? Waarom niet een paar tientjes meer neertellen voor wat er na afloop ook gegeten en gedronken wordt? Ik begrijp het niet, werkelijk niet. Hoe wrang het ook klinken moge: de begrafenissen die ik meegemaakt heb op kerkhoven die uitpuilden van de mensen of in crematoria waar de deuren niet dicht konden zijn zo hartverwarmend en troostend, dat je er als nabestaande jaren op teren kan. Niemand heeft iets gezegd tijdens de dienst van Tante Jans, hoorde ik van mijn vader en moeder. Niemand.

Jasper 64 - een weekje verder
Vorige week, een dag na het dramatische Jasper-dingetje. Ik loop naar Andrea Kluitmann. Onderweg groet ik een man, niet helemaal goed. Hij groet vriendelijk maar ook verbaasd terug en stapt op zijn fiets. Tien meter verder verjaagt Jasper een kat uit een struikje. "Dat is niet zo vriendelijk van die hond, hè," zegt de man. Ik doe of ik gek ben en vraag "Wat bedoelt u?" Nou, zegt-ie, dat die hond die kat aanvalt. Ach, aanvallen, zeg ik. "Kun je hem dat niet afleren?" Toen deed ik een heel diepe zucht geven. Ook keek ik hem vriendelijk aan. Nee, zei ik ferm, dat kun je hem niet afleren. "Nou," zei hij, "ik vind het niet goed." Ik kon er om lachen, het was zó allemaal bovenop de donderdag ervoor, dat het komisch werd. Stel je voor, een hond met een erg lage prikkeldrempel afleren niet te blaffen naar katten.
Dat van die lage prikkeldrempel leerde ik gisteren toen de hondengedragsdeskundige en -trainster hier ter plekke eens kwam kijken. We hebben voornamelijk gepraat, koffie gedronken en gevulde speculaas gegeten. Toen toch nog even naar buiten. En natuurlijk gedroeg Jasper zich anders, altijd hetzelfde liedje. Gelukkig kwam vlak voor we naar binnen gingen nog een hond langs die hij eens flink ging afblaffen. "Ik zie geen agressie," zei de hondengedragsdeskundige. Dat is natuurlijk een punt: je bevindt je eigenlijk altijd áchter de hond, kunt als baasje nooit goed zien hoe de wind waait. En toen kwam dat van die prikkeldrempel. Jasper ziet álles en wil ook alles in de gaten houden, net als ik, feitelijk. Erg ferm was ik ook bij het begin van het gesprek. "Wat wil je eigenlijk, écht?" vroeg de hondengedragsdeskundige. Ik deed mijn mond al open, dacht nog even na en zei toen: "Hij moet weg."
Maar dan is het drie uur later, en dan ligt-ie op de bank met zijn bek een beetje open zodat je z'n ondergebitje kunt zien, een rode bal onder zijn kont, en nog weer later ligt-ie op zijn rug, poten wijd, een verzaligde grimlach op de snoet terwijl ik hem afros. Dat vind-ie lekker: flink afrossen, niet zo heel zachtjes over zijn kop aaien.
Hoe dan ook, ik sprak het "hij moet weg" uit. Hoe alles lopen gaat, weet ik ook niet. Tot vijf minuten geleden kon ik niet naar Film by the Sea volgend weekend omdat alles en iedereen die hem weleens heeft niet beschikbaar was. Tot ik aan Irwan Droog dacht, en hoe die altijd door de knieën gaat op de uitgeverij. Irwan whatsappte "Leuk!"
Maar eerst naar de Eifel met zijn beste vriendin Jet en die andere, ondoorgrondelijke hond Lure, waarvan Jasper wel doorheeft dat er iets aan scheelt, maar wat precies, daar zal hij nooit achter komen.

Werkbezoek
Gisteren reed ik met vertaler David Colmer naar Wieringerwaard. Hij is bezig met de tweede versie van Juni in het Engels en wilde dingen zien en proeven. "Nu is het toch zeker weleens een échte boerderij?" had hij dreigend gevraagd. Tja, wat zeg je dan? Min of meer, natuurlijk. Altijd min of meer. "Ha, Slootdorp," zei hij, toen we het bord SLOOTDORP zagen. Eerst gingen we koffie drinken bij mijn vader en moeder. Met een tompouce en ook nog met een stuk appeltaart. "Kan ik hem aaien?" vroeg mijn moeder, terwijl Jasper luid met zijn staart op de grond klepperend daarop lag te wachten. Mijn moeder herinnert zich nog goed het schrikdraadincident en de uren erna, toen hij onbenaderbaar vastlag aan de salontafel. Mijn vader liep mee de schuur in. Dat was wel lekker, dan kon ik verder mijn mond houden. Jasper was erg gespitst op een loslopende kip. "En waar lag dan dat stro?" vroeg David.
Daarna reden we naar het zwembad. Er waren drie jochies aan het zwemmen. We namen allebei foto's en ik kreeg voor het eerst van mijn leven de bron van het natuurbad te zien, zie afbeelding. "Wie lag waar?" wilde David weten. Ik wees. Er was iets nieuws: een knaloranje waterglijbaan tussen een coniferenhaag en het opwarmkronkelslootje was verdwenen.
Vervolgens verdwaalden we in de nieuwbouw; ik wist niet meer precies hoe je bij de achterkant van de begraafplaats moest komen. Sinds het Polderhuis in particuliere handen is, bestaat de hoofdingang niet meer. We liepen een paar keer heen en weer tussen de graven, David probeerde foto's te maken. Dat was de hele dag een probleem: hij kende het toestel niet. Ik zag dat de weduwe van een in 1945 in een neergeschoten Engels vliegtuig omgekomen piloot bijgezet was in de afdeling oorlogsgraven. Die hereniging had zo'n 65 jaar op zich laten wachten. Toen gingen we koffiedrinken en iets eten in de watertoren. Dat is tegenwoordig een café. Dat was leuk. Jasper sprong op de toonbank.
Maar daarna gebeurde het fijnste van de hele dag. We stapten achter de begraafplaats weer in de auto, en ik zag twee oude mensen langs komen. "Wacht," riep ik, "dat is Tante Joek." En ja, het was inderdaad Tante Joek. Ik stapte uit en Tante Joek begon onmiddellijk te zoenen en te huilen. "Ach, Ger," zei ze. Tante Joek is altijd de enige geweest die 'Ger' mocht zeggen. Ik stelde David voor en ineens besefte ik dat Tante Joek ook in Juni zit. Ze is ongelofelijk lief. Het werd allemaal een tikje gecompliceerd, vond ik. "Dat is mijn hond," zei ik toen maar, wijzend op Jasper die op de achterbank stond, zijn neus tegen het raampje.
Onderweg terug naar Amsterdam reden we nog even de Nieuwesluis op om naar de Pishoek te kijken. David probeerde weer een paar foto's te maken, wat pas lukte toen ik het knopje op 'camera' had gezet. "Ja maar dat tekentje is rood," zei hij, "en rood is toch niet goed, of het betekent 'uit'?" Het was er erg mooi, ik denk dat de wind gister uit het oosten kwam; het was kraakhelder. Toen ik om half 5 weer thuis was, ging ik op de bank liggen en viel ik meteen in slaap, en miste daardoor de finish van de Vuelta.

Jasper 63 - crisis
De toestand is hier even nijpend. Sowieso moet Jasper - net als ikzelf trouwens - altijd erg wennen aan weer in Amsterdam zijn, maar sinds we uit de Eifel terug zijn, maakt hij het wel heel bont. Het is net alsof hij vanaf het moment dat we de buitendeur uit zijn op zoek gaat naar andere honden. Hij loert op ze, gaat vreselijk tekeer, wil ze aanvliegen. Afgelopen donderdag trok ik dat eigenlijk niet meer en juist afgelopen donderdag gingen we naar Leiden om daar Pauline Slots nieuwe boek De hond als medemens in ontvangst te nemen. Natuurlijk zat de trein naar Sassenheim tegen de verwachting in overvol, natuurlijk liepen overal honden, natuurlijk zaten er buiten Saar - de hond van Pauline - twee o zo rustige en lieve honden in het overvolle zolderzaaltje van Van Stockum. Het werd een voor mij enorme zenuwenbedoening. Om eerlijk te zijn: ik was ten einde raad.
Niets is zo vreselijk als een hond die alle andere honden in de buurt afblaft. Omdat het zo vreselijk moeilijk is om het te negeren, en dat is precies waar ik momenteel mee bezig ben. Volkomen negeren. Dat schijnt een goeie remedie te zijn. Ik kan het niet meer opbrengen om boven het woedende geblaf andere hondenbezitters uit te leggen dat ik bezig ben met negeren, en daarmee ook de hondenbezitters zelf maar negeer. Wat weer leidt tot boze blikken en opmerkingen waar ik juist op dat moment geen enkele behoefte aan heb. En dit specifieke negeren is ook erg moeilijk, want ik wil doorlopen alsof er niks aan de hand is, maar dan moet ik hem meesleuren, en meesleuren is iets wat hij fysiek ondervindt. Hij en ik zitten in een soort vreemde spagaat, of zelfs patstelling: als hij van de lijn is, is er niet zoveel aan de hand, dan gaat hij spelen met andere honden (hoewel ik dat van pure onzekerheid sinds een weekje ook al niet meer uitprobeer). Maar: hij kán bijna nooit los want dan gaat hij er vandoor. Hij moet aan de lijn, korte lijn of lange lijn, maar hier nooit lang want om elke hoek kan voor mij ongezien een hond aan komen kuieren.
En iedereen heeft er zo zijn mening over. Ook alweer iets waar ik niet op zit te wachten. Ik ben niet streng genoeg, hij is te dominant, ik moet zus doen, ik moet zo doen, op internetfora buitelen tegengestelde oplossingen over elkaar heen en vliegen hondenbezitters elkaar in de haren. "Hij heeft een verleden, hè," hoor ik. Ja, hij heeft een verleden maar wij moeten het hier en nu in het heden samen zien te rooien en dat loopt even helemaal spaak. "Hij voelt aan dat jij zo gespannen bent," krijg ik te horen. Ja, hallo, ik heb te maken met baasjes en bazinnetjes van andere honden, er ontstaat wrijving, ik krijg boze blikken, mensen schrikken zich een ongeluk of ze schreeuwen me toe "daar kan je wat aan doen, hoor!" Dat zal best, maar niet van vandaag op morgen.
Kortom: het is verre van leuk op heden. Af en toe heb ik een flinke hekel aan hem. Er wordt alweer gedacht en gesproken over de 'paardenman in Schönecken'. Aan de andere kant heeft hij in geen tijd geleerd te gaan zitten voor hij eten krijgt, en mij net zo lang onbeweeglijk aan te staren tot ik "Toe maar!" roep. Ook gaat hij netjes op commando zitten voor we de deur uitgaan en onlangs leerde ik hem in de Eifel in één dag aan wat het betekent als ik "In je mand!" zeg. Maar uitgerekend wat hij nodig heeft ("Kom" en "Hier"), dat vertikt hij, ondanks maandenlange training met lekkere hapjes. Als hij kom en hier doet, kan en mag hij vaker los en als hij vaker los mag en kan, zal hij meer met andere honden gaan spelen in plaats van ze aan te vallen. De spagaat. De andere levensgrote spagaat is natuurlijk dat de gedachte aan de paardenman in Schöncken en Jaspers trouwe caramelbruine hondenblik als hij hier binnen is de ene en de andere voet vormen.

Slapen, ademen en kriebelen - Jasper 62
Gisteren - ergens voorbij AC restaurant Nederweert, waar we iets aten en koffie dronken - dommelde ik op de passagiersstoel een beetje in. Toen ik weer wakker werd, besefte ik dat ik niet meer hyperventileerde. Zo zie je maar weer: slapen is goed voor werkelijk alles. Dat hyperventileren doe ik al sinds ik me kan heugen, als heel jong jochie deed ik het al, hoewel in die tijd het woord hyperventileren nog niet eens was uitgevonden. Hooguit zei mijn moeder dat haar derde zoon "wat zorgelijk" was. Ineens schiet mij een beeld te binnen van een verjaardag in het grootouderlijk huis. Ik met mijn hoofd op mijn armen, de armen op het gepolitoerde mahoniehout van de nette tafel. Dan had ik "last van mijn blindedarm", dat heb ik een hele tijd gehad. Domweg hyperventilatie, maar vooral natuurlijk ook een manier om me grondig te onttrekken aan het veel te warme en talrijke gezelschap, de gesprekken, de koffie met een velletje. Het jochie dat ik toen was vond het blijkbaar niet veilig genoeg daar. Mogelijk had ik weer eens naar de handen gekeken van één of andere oom, en had die aanblik onbegrijpelijke gevoelens bij me losgewoeld. Zo onbegrijpelijk dat welke vraag, van wie dan ook, bedreigend was. Ik weet het allemaal niet precies. Ook heb ik - dat was later - maandenlang met mijn neus getrokken, als een zenuwachtig konijntje. Daar ben ik flink om uitgelachen.
De laatste tijd betrap ik me opnieuw op hyperventilatie, na er een hele tijd geen enkele last van gehad te hebben. (Ik denk trouwens dat Jasper ook last heeft van hyperventilatie. Hij kan soms zomaar minutenlang keihard slikken, op niks af, ik bedoel: zonder dat hij iets aan het eten is. Maar dat even daargelaten.) Pauline Slot, de chauffeuse, zei 'O jee', toen ik haar vertelde wat me net was overkomen. En ook vroeg ze: 'Heb je dan nu geen plastic zakje nodig?' Nee, zei ik, nee, juist niet. Ik schrik er niet meer van, ik ken het, het is allemaal niet erg. Het is zelfs goed. Het betekent meestal dat er "iets komt". Ja, vaag allemaal, maar beter kan ik het niet omschrijven. Er is onrust, maar een goeie onrust. Er is een niet-begrijpen, maar dan een niet-begrijpen dat eigenlijk zo wil blijven. "Wat dan?" wilde Pauline Slot weten. "Ach," zei ik. En even later zei ik ook nog: "Ik heb werkelijk geen enkele ambitie." Dat had er ook mee van doen, al begrijp ik nu niet meer wat dan. Jasper lag intussen heerlijk te knorren op de achterbank. Die heeft als geen ander begrepen dat slapen goed is voor of tegen werkelijk alles.
Op de afbeelding een moment dat een soort van hyperventilatieachtige sensatie teweeg kan brengen; een vreemde kriebel in de buurt van de huig, nauwelijks weg te slikken. Maar die kriebel is van liefde.


Naar boven
nieuws
17 april 2014The Detour op shortlist Impac Award

» Archief
 Uitleg »