Tja, de reünie. Huizenhoog zag ik er tegenop, het kreeg nachtmerrieachtige proporties. “Waarom dan?” vroegen mensen, die het ‘leuk’ vonden of ‘een belevenis’, zoals mijn zus, terwijl die van angst in haar broek pieste toen het bijna zover was. Daar heb ik eens diep over nagedacht. Het heeft denk ik allemaal te maken met een boek dat ik geschreven heb, waarmee ik al een jaar of twaalf bezig ben. Ik heb verzonnen. Ik verzin er al zó lang aan, dat ik waar niet meer van onwaar kan onderscheiden. Mijn lagere schooltijd was de tijd waarin mijn broertje verdronk, een gebeurtenis die onlosmakelijk verbonden is met het schoolgebouw (de geur ervan vooral), het schoolplein, het zwembad achter de school en – dus – de mensen met wie ik op de lagere school zat. Het boek gaat daarover, over mijn broertje en eind jaren zestig, de grijze VW-bus van de bakker, O, Happy Day van de Edwin Hawkin Singers, nasi met Smack. En van ‘de jongen met de gele zwembroek’, ook al weer een verzinsel, maar wel op basis van échte mensen en echte gevoelens, die er op vrijdagavond 2 juni waren, maar hoe ik ook mijn best deed, ik kreeg ze niet samen in die ene ‘jongen met de gele zwembroek’. Maar ik dronk er lustig op los, en binnen het uur had ik mijn naamkaartje verwisseld met dat van mijn broertje Jeroen, en het werkte, er waren er die mij vroegen of ik niet degene was die dit & dat gedaan had. “Ja,” zei ik dan, “maar nu allang niet meer.” Dan waren ze blij dat ze dat wisten, en ik was triestig omdat ik het eigenlijk een kutstreek vond. Nog later had mijn broer het kaartje van mijn zus op (ondersteboven geloof ik) en toen heb ik van zijn kaartje weer mijn naamkaartje gemaakt, dronk vastberaden door, en keek iedereen recht in de ogen, tot de laatste trein allang vertrokken was. ’s Ochtends om kwart voor zeven zat mijn vader al op me te wachten in zijn woonkamer, hij had begrepen dat ik vroeg wegmoest om de trein naar Denemarken te kunnen halen. Waarschijnlijk zal dat hetgene zijn wat ik over een jaar of tien nog van die hele reünie weet, omdat het me ontroerde.
|