Weblog van Gerbrand Bakker
Irrationele angsten (?) (3)
Ik heb een irrationele angst voor grotemensenpoëzie. Daar ben ik nu, na een weekend Landgraaf, waar de 8e Dag van de Poëzie gehouden werd, inclusief de uitreiking van de Jo Peters Poëzieprijs (gefeliciteerd Edwin Fagel), maar weer eens achtergekomen. Zaterdagavond beet Esther Naomi Perquin, één van de genomineerden, het spits af, en las één gedicht voor, dat mij met de oren deed klapperen. In het korte interview dat daarop volgde, werd alles nóg ingewikkelder gemaakt (nodeloos), en begreep er ik er écht geen lor meer van. De groep kinder- en jeugddichters (waar ik als aanhangsel bij hing) verliet de zaal, en we hebben de hele avond gezellig poolbiljart gespeeld en bier gedronken. Alle leden van het Landgraafs Mannenkoor St. Joseph zaten ook gezellig bier te hijsen. Gistermiddag liepen we hele einden door het Limburge heuvelland, en ik schudde bij terugkomst in het festivalgebouw Judith Herzberg hartelijk de hand, en ook die van Anneke Brassinga, want los van het feit dat ik van grotemensenpoëzie geen lor begrijp, is er absoluut geen reden om onbeleefd te zijn. Daarom feliciteerde ik Esther Naomi Perquin ook hartelijk met haar nominatie, want jegens haar is evenmin absoluut geen reden tot onbeleefdheid. Maar wij vertoonden ons niet meer in de zaal waar aan poëzie gedaan werd. We zaten in de warme aprilzon, dronken witte wijntjes en hielpen Ted van Lieshout bij het in opdracht schrijven van een ode aan de 1700 jaar oude olijfboom (tjonge, wat kunnen die Limburgers liegen) die op de koer van het festivalgebouw staat. Ik denk dat Ted er wel een mooi gedicht van zal maken. Ik heb géén irrationele angst voor kinder- en jeugdpoëzie. Waarom? Hierom: het zijn over het algemeen in mooie taal gestelde ideeën, sferen, meningen, observaties en andere dingen. Die ik kan begrijpen, zelfs als er een tweede of derde laag onder zit. Vergelijk het wat mij betreft met SHREK I, II of III: razend knap, mooi, boeiend en grappig voor zowel kinderen als grotemensen. Een kind ziet een grote, groene kerel, wij grotemensen mogen er, als we willen en kunnen, nog andere dingen in zien.
Nb: In Kröller-Müller is een trap die de hemel in gaat, van Krijn Giezen. Het is een kunstwerk en heet Kijk uit. Voor zo ver ik weet is de trap dicht, want vlak na de opening viel een scholier van de trap af. In Landgraaf, pal naast Snowworld, is ook een trap, drie keer zo hoog en ver. Die is verre van dicht.
|
gerb:
En mij = eigenlijk mijn? Ik vond de oorspronkelijke reactie wel ontroerend, Bart...
donderdag 24 april 2008
Bart:
'niet té serieus....' moet in mijn vorige reactie staan!
donderdag 24 april 2008
Bart:
@Coen: lees ook mijn reactie over De Mus! Neem mij reacties té serieus...
donderdag 24 april 2008
Coen:
@ Bart: maar daar zit de redenering onder dat je als echte poëzieliefhebber niet van begrijpelijke poëzie mag houden. Toch? Dat kun je toch niet menen.
donderdag 24 april 2008
Bart:
@Coen:
'Ik vind zijn poëzie voor de rest wel goed te begrijpen [...].'
Dat bedoel ik dus: hij schrijft poëzie die goed te begrijpen is.
woensdag 23 april 2008
Coen:
Wat is dat nu weer voor gekke redenering Bart. Heytze heeft de laatste jaren wel degelijk een ontwikkeling doorgemaakt. Hij schrijft nu af en toe lastigere gedichten. Bij zijn prozagedichten kan ik niet altijd navolgen wat hij precies wil. Ik vind zijn poëzie voor de rest wel goed te begrijpen en daarom heb ik als poëzieliefhebber wel iets bij hem te zoeken.
woensdag 23 april 2008
Bart:
Mag ik tóch even een kritische noot toevoegen? Het verbaast me, dat Heytze zich zo druk maakt om 'begrijpelijkheid' en een hele analyse geeft hoe hij zijn gedichten schrijft:
''Maar het lukt me wel vaak om iets te schrijven waarvan iemand denkt dat hij het begrijpt - iets waarmee hij zelf aan de haal kan gaan.''
Dat woordje vaak vind ik vreemd. Als er iemand 'begrijpelijke' gedichten schrijft, dan is het Heytze wel. Hij serveert zijn gedichten als kant-en-klaar-maaltijden. De poëzielezer hoeft ze alleen nog maar even op te warmen en eten maar! Nee, de échte poëzielezer heeft weinig bij hem te zoeken.
woensdag 23 april 2008
Jan:
De gedachte dat proza iets is waarin de schrijver de lezer van alles meegeeft om te begrijpen beslaat alleen het verhaal. Het beste proza gaat om het overbrengen van een gevoel. Proza misschien ook. Niet te begrijpen dus die gedachte.
woensdag 23 april 2008
gerb:
Dank je Bart. Dáár hebben we nou eens iets aan: de analyse die Heytze geeft. Ik leer er in elk geval wat van. En hij begint er niet eens bij te schelden.
woensdag 23 april 2008
Bart:
Zélfs de dichter Ingmar Heytze reageert op je Dingetje:
woensdag 23 april 2008
gerb:
@ Ab: die trap is magistraal. Ik snap niet waarom kinderen daar van af vallen. Dat zullen kinderen zijn die thuis ook voortdurend van de trap vallen, vaker wrsch. nog, want deze trap is lang zo steil niet als een huistrap. Ik ben gek op alle grotemensenkunst.
dinsdag 22 april 2008
ab:
@Gerbrand: Wat vind je van die trap? Kinderen vallen er massaal vanaf begrijp ik dus hij lijkt me met name geschikt voor grote mensen. Oftewel: Geldt je angst alleen voor poezie en niet voor andere grotemensenkunst?
dinsdag 22 april 2008
gerb:
Ja Ted, ik heb weer eens overdreven ("alles voor de kunst"), we hebben wél nog dingen gezien en gehoord. Jouw laatste opmerking snijdt trouwens ook wel hout.
maandag 21 april 2008
Igor:
ik denk dat die nodeloos ingewikkelde grotemensendichters gewoon niet zo goed kunnen schrijven.
maandag 21 april 2008
Hans Ha:
Tussen het poolen door naar Kopland luisteren - het kon niet mooier!
maandag 21 april 2008
ted:
Nou lijkt het net of die jeugddichters demonstratief de zaal verlieten, maar dat is niet zo: ze gingen een drankje drinken of een sigaretje roken en gingen dan weer terug de zaal in, voor langere of kortere tijd. Ze hebben wel degelijk belangstelling getoond voor hun collega´s voor volwassenen. Die jeugddichters waren daar omdat ze de volgende ochtend zo vroeg op moesten treden, dat ze de avond ervoor al aanwezig moesten zijn. De volgende ochtend was dus het jeugdprogramma en daar kwam trouwens niet één dichter voor volwassenen naar kijken.
maandag 21 april 2008
Bart:
Ik heb het idee, dat het een tendens begint te worden: angst voor grotemensenpoëzie. Goede grotemensenpoëzie wordt namelijk steeds minder verkocht. Ik vind dit erg jammer. Zodra het moeilijk of onverstaanbaar begint te worden, haken veel mensen af. Ik wil dan héél hard gaan schreeuwen en zeggen: 'néém dan de moeite om het te begrijpen!'
Goddank heeft de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ervoor gekozen, om regels uit een grotemensengedicht als motto te nemen bij het Boekenweekthema van volgend jaar. Het motto is afkomstig uit een gedicht van Jan Hanlo:
De Mus
Tjielp tjielp - tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp - tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
Tjielp etc.
Ik denk dan: wat is hier nou moeilijk aan? Hoe kun je geen lor begrijpen van grotemensenpoëzie?
maandag 21 april 2008
gerb:
Ja Tim, géén irrationele angsten daarvoor.
maandag 21 april 2008
Tim:
Soms schrijf ik ook een eenvoudig Grote Mensen gedicht:
"t Is Zondag morgen, ik wil vroeg naar 't bos maar plotseling breekt het klokgebeier los en spoed een ieder zich ter kerke terwijl ik God dank op het zachte mos.
Dir begrijp je vast wel
maandag 21 april 2008
Jan:
De trap van Giezen is in de zomer van 2005 geopend en tot mei 2006 viel er niemand vanaf.
maandag 21 april 2008
karin:
bij het zien van die trap moet ik spontaan denken aan een filmpje over Johan Olav Koss en Bart Veldkamp die samen trainden in aanloop voor de Winterspelen. Johan ging op een bepaald moment een skischans beklimmen. Hij sprong met twee benen tegelijk van de eerste tree naar de tweede en zo verder omhoog. Bart gaf het nakijken na een paar treden te hebben meegedaan. Johan won veel medailles, weet ik nog... (13.30)
(mijn excuses voor deze bepaald niet lente-achtige reactie)
maandag 21 april 2008
Naar boven
|
|